Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fikte van bekwaamheid voor het geven van onderwijs in het betrekkelijk vak of de betrekkelijke vakken bezitten.

Y. Tot de cursussen worden toegelaten jongelieden, daaronder begrepen meisjes en kinderen van Inlanders en met dezen gelijkgestelden:

a. die het bewijs overleggen dat zij eene openbare lagere school hebben doorloopen;

b. die ander onderwijs dan dat eener openbare lagere school hebben genoten, mits zij, ten genoegen van het hoofd der school, waaraan de cursus verbonden is, doen blijken van voldoende ontwikkeling en kennis om het onderwijs te kunnen volgen (1).

Zij die vóór hunne toelating tot een der cursussen geen voldoende kennis van de Fransche taal hebben verworven om het onderwijs in die taal op den cursus te volgen, ter beoordeeling van het hoofd der school, waaraan de cursus verbonden is, nemen geen deel aan het onderwijs in die taal, maar genieten in de uren voor dat onderricht uitgetrokken les in andere der tot den cursus behoorende vakken (2).

Zij mogen den leeftijd van 17 jaren niet hebben volbracht.

Leerlingen, die den leeftijd van 19 jaren hebben bereikt, moeten den cursus verlaten, tenzij hun door den Directeur van Onderwijs,. Eeredienst en Nijverheid, op voorstel van de betrokken schoolcommissie wordt vergund hoogstens nog één jaar de lessen te volgen.

Aan leerlingen, die den geheelen cursus met vrucht hebben doorloopen, wordt door de schoolcommissie een diploma uitgereikt volgens een door den Departementschef vast te stellen model (8).

VI. Op de cursussen wordt schoolgeld geheven naar denzelfden maatstaf als in de middelste en hoogste klasse der eerste scholen.

Aan leerlingen van goeden aanleg, die zich door vlijt en goed gedrag onderscheiden en wier ouders of voogden niet bij machte zijn het schoolgeld naar de laagste der voor de cursussen geldende categorie van betaling te voldoen, kan door den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, op voorstel van de betrokken schoolcommissie,, vrijstelling van schoolgeldbetaling worden verleend. Zij ontvangen ook alle leermiddelen kosteloos, terwij] geen betaling verschuldigd is voor schrijf- en teekenbehoeften.

De andere leerlingen betalen per maand ƒ 0.50 (vijftig cent) voor schrijf- en teekenbehoeften, waaronder niet begrepen zijn leien en griffels.

Afschrift enz.

(') Deze alinea, gewijzigd bij Gouv. besl. 2 Januari 1904 n°. 6, luidt aldus ingevolge Gouv. besl. 25 Januari 1905 n°. 6.

(') Deze alinea is aan § V toegevoegd by Gouv. besl.225 Januari 1905 n°. 6.

(3) Dit model is vastgesteld bij besl. Dir. O. E. N. 2 Maart 1906 n°. 3621-

Sluiten