Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bedoelde verdeeling zal zóó plaats hebben, dat aan elke school jaarlijks 15 cent per leerling der hoogste vijf klassen voor onderhoud wordt bestemd en, zoolang het aantal boeken beneden het voldoend geacht maximum van 250 blijft, ook gelden ter aanvulling van de bibliotheek worden toegestaan, terwijl het daarna resteerend bedrag, naar behoefte over de verschillende scholen zal worden omgeslagen tot het aankoopen van aanschouwingsartikelen.

Het spreekt van zelf dat de aanvulling der kleinere bibliotheken tot dat maximum-aantal van 250 boekwerken niet steeds in eens doch in den regel slechts geleidelijk zal geschieden. Ook ligt het voor de hand dat scholen op afgelegen plaatsen doorgaans eerder voor toekenning van gelden voor de aanschaf iing van aanschouwingsartikelen m aanmerking zullen komen dan die in middelpunten van verkeer gelegen. 1 en slotte zal de keuze dier hulpmiddelen voor het onderwijs alleen door de belangen van de school, niet door de voorliefde van den onderwijzer voor een bepaald vak mogen worden geleid.

Ofschoon zulks uit het vorenstaande feitelijk reeds voldoende blijkt wordt toch nog eens nadrukkelijk de aandacht gevestigd op de mogelijkheid dat voor eene school minder wordt toegestaan dan voor haar was aangevraagd. De aanvragen voor de verschillende scholen m een inspectie-af deeling toch zullen door den betrokken inspecteur worden nagegaan en, na met inachtneming van het voorstaande zoo noodig te zijn gewijzigd, tot één aanvraag voor zijn afdeeling worden vereenigd. Lij laatstbedoelde aanvraag zal er naar worden gestreefd de beschikbare fondsen voor die afdeeling over de daarin geleo-en scholen naar gelang van de behoefte zoo oordeelkundig mogelijk te verdeelen, waartoe wijzigingen in de oorspronkelijke aanvragen (behalve die voor het onderhoud der bibliotheken) vaak onvermijdelijk zullen bliiken.

Een afdruk van bovengenoemde beschikking en van elk der daarbij behoorende modellen gelieve Uwe Commissie aan- ' der hoofd(en)

van de onder Uw toezicht staande openbare lagere sch°o1 te doen toekomen. scholen

Vergemakkelijking van de tusschentijdsche verantwoording dar leermiddelen.

I. Circ. Dir. O. E. N. 10 Maart 1903 W 3924 aan de Europeesche bchoolcommissiën.

Bij mijn besluit van heden W 3921, waarvan afdrukken, bestemd

voor Uw archief en voor h"f ll00fi dpr scb001 tt i

..... ... . do hollen UCT 'scholen onder Uw toe¬

zicht hierbrjgaan, is overeenkomstig het verlangen van de Algemeene Rekenkamer, voorgeschreven enne tusschentijdsche verantwoording van het beheer der leermiddelen der openbare Europeesche lagere

Sluiten