Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overplaatsingen naar koele klimaten.

Circ. Dir. O. E. N. 4 Februari 1882 II5 1663 aan de Schoolcommissiën.

Herhaaldelijk is het voorgekomen, dat door plaatselijke schoolcommissiën werd aangedrongen op de overplaatsing van een onderwijzer of eene onderwijzeres, om redenen die, hoewel indirect ook met het onderwijs in verband staande, toch eigenlijk geheel van persoonlijken aard zijn.

Nu eens is het, dat de betrokken persoon in het belang zijner gezondheid, verandering van klimaat, meestal verplaatsing naar eene koele luchtstreek noodig heeft, dan weder is de aanleiding dat onder het onderwijzend personeel eener school eene minder goede harmonie bestaat, eindelijk ook komt het voor dat de voor overplaatsing voorgedragen persoon geacht wordt minder goed in het kader der plaatselijke school te passen en elders nuttiger werkzaam te kunnen zijn.

Ik wil gaarne erkennen dat al deze redenen ook op den goeden gang van het onderwijs storend kunnen werken, maar tevens ben ik overtuigd dat, hoe minder er aan toegegeven wordt, de storende invloed er van des te geringer zal zijn.

In de eerste plaats noemde ik gezondheidsredenen. Het is waar dat deze zich in Indië vaak krachtig doen gelden, maar tevens is het zeker dat daarvan ook veel misbruik gemaakt wordt.

De meeste in Indië levende Europeanen hebben door hunnen werkkring geen uitzicht ooit in een bergklimaat geplaatst te worden en toch doen velen van dezen jaren lang hun werk met ijver en vrucht, al mogen zij zich niet zoo krachtig gevoelen, als wenschelijk ware.

Maar als men zich minder sterk of opgewekt begint te gevoelen en dan, in plaats van zich door een verstandigen leefregel te sterken, zijne hoop begint te vestigen op verplaatsing naar een koel klimaat en van alle kanten in die hoop gesteund wordt, dan is er inderdaad kans dat men het niet lang uithouden zal.

De commissiën en de onderwijzers behooren te bedenken, dat er slechts betrekkelijk weinig scholen in koele klimaten zijn, zoodat het onmogelijk is aan alle aanvragen om verplaatsing daarheen te voldoen, terwijl ik mij bovendien niet gerechtigd acht die scholen te gebruiken als herstellingsinrichtingen en daaraan telkens invaliden te plaatsen, om die na herstel weer door anderen te vervangen.

Eene goede verstandhouding tusschen de verschillende onderwijzers en onderwijzeressen eener school acht ik zekerlijk zeer wenschelijk, maar waar die niet mocht bestaan, geef ik geenszins toe dat dit tot schade van het onderwijs leiden mag. Integendeel, wie zich vermeet zijne particuliere gevoelens ten opzichte zijner meerderen of minderen te doen strekken tot nadeel van 's lands dienst, zal bij mij geene toegevendheid vinden.

Het zij uwer commissie dringend aanbevolen vooral hiertegen te waken.

Sluiten