Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

%

zijn. School en onderwijzerswoning — wanneer deze noodig mocht zijn — worden nimmer onder één dak gebouwd.

Het gebouw is in alle deelen stevig en eenvoudig.

Op of in de nabijheid van het schoolerf wordt een bediendevertrek van -3 bij 3.5 Meter en een waterkamer van 3 bij 2 Meter gebouwd.

§ 2. Terrein.

Het terrein moet, zoowel uit een paedagogisch, als uit een hygiënisch oogpunt, geschikt zijn bevonden. Eene verklaring dienaangaande van deskundigen wordt bij het bouwplan gevoegd. Het schoolerf wordt van plantsoen voorzien.

§ 3. Ligging van het gebouw.

De leervertrekken liggen met hunne blinde muren naar het Oosten en het Westen.

§4. Speelplaats.

Op de speelplaats worden boomen geplant, die veel schaduw geven. Waar zulks noodig is, wordt, bij de oprichting van nieuwe schoolgebouwen, op den bouw van eene overdekte speelloods gerekend.

Zulk eene speelloods verkrijgt eene oppervlakte ten hoogste gelijk aan de helft van die der schoollokalen.

Ter beschutting tegen regen en zonneschijn, wordt aan het dak een overstek van hoogstens 1.5 Meter gegeven.

§5. Inrichting en a»f metingen der schoolgebouwen.

Geene andere schoolgebouwen worden opgericht clan:

a. voor 40 tot en met 60 leerlingen.

b. ,; 61 „ „ „ 100

c. ,, 101 ,, „ ,, 150 „

d. „ 151 „ „ „ 200 „

Deze gebouwen bestaan respectievelijk uit 2, 3, 4 en 5 m éene rij gelegen vertrekken, leder vertrek is 7 X ? Meter groot. _ •

Bij schoolgebouwen met 3 en 5 lokalen is steeds het midden-lokaal voor het hoofd der school en zijne klasse bestemd.

Yan de rangschikking der lokalen kan worden afgeweken, als de omstandigheden dit gebiedend vorderen, in welk geval dit telkens

moet worden aangetoond. _ , ,

De lichtzijden der naast elkander geplaatste lokalen liggen steeds

in het vóórfront.

Worden de lokalen, door bijzondere omstandigheden, met naast elkander geplaatst, dan kan ook het achterfront van het gebouw voor lichtzijde van sommige lokalen in aanmerking komen.

Sluiten