Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met ontbloot bovenlijf liggende lijder, vorden opgerolde kleedingstukken als kussen gelegd. Een helper trekt met behulp van een zakdoek of iets dergelijks de tong van den lijder een weinig uit den mond, opdat de lucht gemakkelijk kan toestroomen.

Een ander plaatst zich achter het hoofd van defi lijder, grijpt de beide armen nabij de ellebogen en brengt ze bedaard maar krachtig langs het hoofd naar boven (inademing).

Na een pauze van enkele seconden brengt men de armen langs denzelfden weg terug en drukt ze gedurende twee seconden krachtig, echter niet ruw, tegen de zijvlakken der borst (uitademing).

De bewegingen moeten regelmatig worden herhaald, zoolang, totdat de lijder weder van zelf begint te ademen, of de inmiddels ontboden geneesheer is aangekomen. Zij moeten in elk geval minstens y2 of % uur worden voortgezet.

Door deze kunstmatige ademhaling wordt de borstkas verwijd en vernauwd, als bij de normale ademhaling.

De kunstmatige ademhaling kan worden ondersteund, doordat de eerste helper, die de tong vasthoudt, daaraan regelmatige trekkingen, ongeveer 20 maal per minuut, uitoefent.

Toevallen (vallende ziekte).

Treedt bij een kind, lijdende aan vallende ziekte, een toeval op, zich uitende in bewusteloosheid en hevige krampen (trekkingen der ledematen) dan legge men de zieke op een bank, make zijne kleeren los en houde hem zoodanig — evenwel zonder groote krachtsinspanning —- vast, dat hij zich, vooral aan het hoofd niet bezeeren kan.

Het is niet noodig, de handen van den lijder geopend te houden, zooals men veelal meent.

Een optredende ademhalingskramp, merkbaar o. a. aan het blauw worden van het gelaat, gaat gewoonlijk spoedig voorbij.

A reenide lichamen in den neus.

Bij vreemde lichamen in den neus helpt niet zelden een krachtig blazen door den neus, terwijl het andere neusgat wordt afgesloten.

Ook kan het opwekken van niezen door het kriebelen met de punt van een zakdoek in den neus worden beproefd.

Vreemde lichamen in het oog.

Is een vreemd lichaam (stof, kooldeeltjes, kleine dieren) in het gedrongen, dan houde men met de vingers het oog zoover mogelijk open. Is het vreemde lichaam zoodoende te zien, dan trachte men het met de punt van een zakdoek weg te nemen. Gelukt dit niet, dan druppelt men het oog met zuiver water in, behalve als er kalk in het

Sluiten