Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liooren tot de begrippen die zich niet 'gemakkelijk met groote .juistheid laten definieeren, zoodat bij de beoordeeling der mate van die eigenschappen in een leerling niet steeds en door alle beoordeelaars geheel eenzelfde maatstaf wordt aangelëgd, toch zijn die begrippen niet zóó onbestemd dat wat de een buitengewoon en uitmuntend noemt door den ander middelmatig of niet voldoende kan geacht worden, zoodat van leerlingen die op grond van hunne beoordeeling gratis zijn toegelaten tot eene school van middelbaar onderwijs, daar al spoedig zou kunnen verklaard worden dat hunne vorderingen en(of) hun ijver onvoldoende zijn.

Het komt. mij dan ook vanzelfsprekend voor dat van leerlingen, omtrent wie is verklaard dat zij aan voormelden eisch voldoen, te verwachten is dat zij op de middelbare school tot de beste leerlingen zullen behooren.

Dit is echter gebleken niet steeds het geval te zijn; ja zelfs een groot percentage der in 1905 gratis toegelatenen behoort tot de zeer middelmatige leerlingen, terwijl er verscheidene heel slecht hebben voldaan en zelfs voor eenige de kostelooze toelating tusschentijds is moeten worden ingetrokken.

Het vereischt wel geen betoog dat op die wijze ernstige teleurstelling voor de betrokken leerlingen en hunne ouders en voor de laatsten groote moeilijkheden niet kunnen uitblijven.

De weinig gunstige uitkomsten der verleden jaar verleende kostelooze toelatingen hebben doen zinnen op een middel om die voor de volgende jaren zoo mogelijk geheel aan de verwachtingen te doen beantwoorden.

Zulk een middel zou zijn, dat de schoolhoofden bij de beoordeeling van den ijver en den aanleg voor studie van candidaten voor kostelooze toelating tot eene school van middelbaar onderwijs en bij het afgeven der bovenbedoelde verklaringen meer, althans meer algemeen dan tot dusver blijkbaar het geval is geweest, zich rekenschap geven van .de mate van strengheid in den bovengenoemden eisch gelegen, dus dien eisch meer als een volstrekt dan als een betrekkelijk begrip opvatten. De toewijding gedurende een aantal jaren door het personeel der school aan een leerling gegeven en de liefde van den onderwijzer voor zijn leerling zullen tot zachtheid van oordeel willen stemmen; de overtuiging echter dat de leerling alleen door een langs den weg der koele rede verkregen geheel vrij oordeel kan behoed worden voor grievende teleurstelling en mislukking op de m ddelbare school, behoort voor ongewenschte zachtheid van oordeel te behoeden.

Ik doe, voor zooveel noodig, een beroep op Uwe medewerkir, 2: in den aangegeven zin, ter bevordering van het welbegrepen belang der aan Uwe zorg toevertrouwde leerlingen die gratis-toelating willen vragen tot eene school van middelbaar onderwijs.

Sluiten