Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het richten der opvoeding van de jeugd op bescherming van dieren.

Circ. Dir. O. E. N. 28 September 1906 II' 17215 aan de hoofden der openbare Europeesehe lagere scholen.

Door het Hoofdbestuur der Nederlandsch-Indische \ ereeniging tot bescherming van dieren is mijn aandacht gevestigd op een rondschrijven van den Minister van Binnenlandsche Zaken aan de Districtsschoolopzieners, luidende als volgt:

„Van verschillende zijden is er de aandacht van de Regeering op gevestigd, dat het wenschelijk is om het schoolonderwijs — niet sporadisch, maar geregeld en allerwegen — bevorderlijk te doen zijn aan 't inprenten in het gemoed der leerlingen van s men schei i zedelijke verplichtingen jegens de dieren. Ook ik acht het richten der opvoeding van de jeugd op zachtheid jegens de dieren een groot maatschappelijk belang. Het streven, dat aan een liefderijke behandeling van dieren ten grondslag ligt. vindt steun in onze wetgeving. Terwijl het strafwetboek, dat tegen mishandeling van een dier straf bedreigt, het zedelijkheidsbeginsel erkent, gaat ook de wet betreffende de bescherming van nuttige dieren — zij het dan ook op utiliteitsgronden — m die richting. Het doel, dat bij die wetsbepalingen voorzit, zal echter eerst dan tot zijn recht kunnen komen, wanneer het in de zeden van het volk is doorgedrongen, dat het kwellen en noodeloos dooden van dieren afkeuringswaardig is. Dit zal alleen bereikt kunnen worden indien reeds in het kinderhart liefde voor de dierenwereld opgewekt wordt, den kinderen wordt ingeprent de dieren met goedheid en zachtheid te behandelen en hun wordt geleerd, dat geen dier door hen

roekeloos mag worden vernietigd.

Vooral de school kan naar mijn meening op dit gebied krachtig werkzaam zijn. In het bijzonder bij het onderwijs in de kennis der natuur zou aan dit onderwerp geregeld de aandacht kunnen worden gewijd, zonder nochtans de kinderen bezig te houden met hetgeen

buiten hun gedachten sfeer ligt. T , , A

Het zal mij aangenaam zijn, dat deze zaak door ü tot een onderwerp van behandeling wordt gemaakt op de eerstvolgende door U met de arrondissement-schoolopzieners te houden driemaandelrjksche districtsvergadering,. om alsdan vast te stellen, welke de beste middelen zijn om het hierbeoogde doel te bevorderen. Als een der middelen noem ik — en ik zal gaarne zien dat dit wordt toegepast — dat vervolgens op een der eerste met de onderwijzers te houden arrondissements-vero-aderingen het onderwerp een opzettelijke bespreking zal uitmaken. Daarbij zou wellicht de weg gekozen kunnen worden om iemand die van het onderwerp eenige studie heeft gemaakt en warm voor het streven gevoelt, uit te noodigen het punt in de vergadering in te leiden, ten einde bij de onderwijzers de noodige belangstelling op te wekken en den lust om bij hun onderwijs m de lnerbedoelde

Sluiten