Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 3.

De besturen van bijzondere kweek- en normaalscholen, en de hoofdonderwijzers (-essen), door wie een of meer personen ter verkrijging eener akte van bekwaamheid als onderwijzer worden opgeleid en die voor het ontvangen eener bijdrage uit s Lands kas in aanmerking wenschen te komen, geven hiervan kennis aan den Inspecteur van het lager onderwijs der afdeeling, binnen welke bedoelde inrichtingen gelegen of hoofdonderwijzers (-essen) woonachtig zijn, binnen één maand nadat de lessen begonnen zijn.

De kennisgeving in het vorig artikel bedoeld, gaat vergezeld van

een lijst, waarvan het model door den Directeur van Onderwijs, Eere-

dienst en Nijverheid wordt vastgesteld, bevattende naam en voornaam

de personen die worden op„eleid; ^en datum en de plaats den persoon7 wordt

hunner treboorte en het tijdstip waarop tot de kweekschool,

zijner ö j, i . j i

normaalschool of in de school als kweekelmg toegelaten, de lessen

hebben aangevangen, alsmede de tijdstippen, waarop en de plaatsr

waar de lessen gegeven worden.

Bij aanneming van nieuwe kweekelingen wordt genoemde lijst aan den betrokken Inspecteur gezonden acht dagen na hun toelating.

De Inspecteur, bij wien de lijsten, bedoeld in artikel 4 zijn binnengekomen, houdt toezicht over de lessen en doet daarvan jaarlijks verslag aan den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid.

De besturen van kweek- en normaalscholen en de hoofdonderwijzers (essen) aan welke of door wie de opleiding heeft plaats genad en die aanspraak maken op een bijdrage uit 's Lands kas, zenden binnen twee maanden nadat de opgeleide persoon de akte van bekwaamheid als onderwijzer heeft verkregen, aan den betrokken Inspecteur een aanvraag tot uitkeering der bijdrage met bijvoeging der verkregen akte en van een verklaring betreffende het tijdvak, gedurende hetwelk de opleiding onafgebroken heeft plaats gehad.

Binnen drie maanden, nadat de examens tot het verkrijgen der bedoelde akte zijn afgeloópen, zendt de betrokken Inspecteur aan den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, de bij hem ingekomen bijlagen, vergezeld van een rapport omtrent de gedane aanvragen. De directeur voornoemd stelt de som vast, waarop het bestuur der kweek- of der normaalschool of de hoofdonderwijzer (es)

Artikel 4.

Artikel 5.

Artikel 6.

Sluiten