Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar die grondslag ten gevolge van het tijdstip van oprichting der school niet kan worden vastgesteld, geldt het aantal kinderen dat op den laatsten dag der maand volgende op die, waarin de school geopend is, als werkelijk schoolgaande bekend staat ;

5e. het hoofd der school en de onderwijzers, die het hoofd der school bijstaan, voor zoover die bijstand, met inachtneming van het bepaalde sub 4e verplicht is, een maandelijksch inkomen genieten, ten minste gelijk aan de bedragen, die te hunnen behoeve uit 'sLands kas aan subsidie worden te goed gedaan; 6e. de onderwijzers in het bezit zijn van eene door het bestuur der school onderteekende akte van benoeming, vermeldende:

a. naam en voornaam van den benoemde;

b. bepaling of de benoeming voor vast of voor welk tijdvak zij is geschied;

c. de bezoldiging en de wijze waarop de bezoldiging zal worden uitbetaald;

d. de regeling van binnenlandsch verlof wegens ziekte en van buitenlandsch verlof wegens ziekte of wegens langdurigen (1 jaar-©naigehxok«i) dienst, welke regelingen aan de onderwijl1'' zers in substantie dezelfde rechten en voordeelen moeten verzekeren als de onderwijzers bij de openbare Europeesche lagere scholen genieten;

e. bepalingen omtrent den wederzijdschen termijn van opzeg¬

ging; zoomede

ƒ. of in geval van opheffing van de school of van de betrekking, aan de onderwijzers al dan niet schadeloosstelling voor het verlies van hunne betrekking zal worden gegeven en zoo schadeloosstelling is bedongen, hoeveel die zal bedragen; 7e. de voor vast benoemde onderwijzers, en de voor een bepaald tijdvak benoemde onderwijzers voor zooveel het tijdvak waarvoor zij zijn aangesteld niet is verstreken, die anders dan op eigen verzoek worden ontslagen, van dat ontslag in beroep kunnen komen bij eene commissie, voor welker samenstelling en werking in artikel 8 dezer regelen nadere voorschriften worden gegeven, dan wel bij den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, hebbendé het bestuur der school zich te onderwerpen aan de uitspraak van die commissie, dan wel van dien Departementschef;

dat beroep moet schriftelijk worden ingediend bij den voorzitter der commissie dan wel bij den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid binnen tien dagen, nadat het ontslag schriftelijk ter kennis van den onderwijzer is gebracht;

hangende het beroep blijft de onderwijzer in het genot van zijne inkomsten;

aan het bestuur der school en aan den appellant wordt gele-

Sluiten