Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. wanneer bij vacature in het volgens deze regelen als minimum vereischt onderwijzend personeel tusschen het ontstaan daarvan en de aanvaarding der betrekking door den benoemde een langere tijd verloopt dan, wat het hoofd der school betreft, van zes maanden, wat de overige onderwijzers betreft, van vier maanden; l. wanneer het aantal leerlingen voor meer dan een vierde uit kinderen van eigenlijk gezegde Inlanders bestaat.

Artikel 6. .

De besturen of, waar deze ontbreken, de hoofden der scholen zijn verplicht aan den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid en aan den betrokken Inspecteur van het lager onderwijs mondeling en schriftelijk alle inlichtingen te geven welke op deze regelen etrekking hebben en zulks op straffe van verbeurte der aanspraak op subsidie.

Artikel 7.

(1) Jaarlijks in de tweede helft der maand Januari worden deaanvragen van subsidie onder overlegging van alle opgaven en bescheiden welke voor de toepassing dezer regelen noodig zijn, door tusschenkomst van de betrokken Europeesche Schoolcommissie en den betrokken Inspecteur van het lager onderwijs gezonden aan den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, die beslist of de school waarvoor subsidie wordt aangevraagd voldoet aan de in deze regelen gestelde eischen en voorwaarden, het bedrag der subsidien uit s Lands kas bepaalt en zijn besluit onder aangeteekend couvert doet toekomen aan het-bestuur of, bij gebreke van dien, aan het hoofd der school dat

de aanvrage deed. ,

(2) Binnen dertig vrije dagen na de ontvangst van dit besluit kan

daarvan door het bestuur of, bij gebreke van dien, door het hoofd der school bij den Gouverneur-Generaal in beroep worden gekomen.

(3) Het bedrag, waarop het bestuur of, bij gebreke van dien, het hoofd der school aanspraak mocht kunnen maken, wordt alsdan bij eindbeslissing van den Gouverneur-Generaal vastgesteld.

Artikel 8.

(1) De commissie van beroep, als bedoeld in artikel 1, alinea 1, sub 7e dezer regelen, moet haar werkkring uitstrekken over ten minste zes particuliere scholen, die op de in dat artikel bedoelde subsidien uit 's Lands kas aanspraak maken, tenzij de Gouverneur-Generaal in bijzondere gevallen daarvoor een lager cijfer vaststelt.

(2) Zij moet bestaan uit vijf leden, waarvan twee leden worden gekozen door de besturen of, bij gebreke van dien, door de hoofden

\

Sluiten