Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der in de vorige zinsnede bedoelde scholen en twee leden door het personeel dier scholen, terwijl deze vier leden het vijfde lid, tevensvoorzitter, kiezen. De leden dezer commissie mogen geen zitting hebben in het bestuur noch deel uitmaken van het personeel eener lagere school.

(3) Onderwijzers verhonden aan scholen, die bij eene zoodanige commissie zijn aangesloten, komen in beroep bij die commissie, alle andere bij den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid.

(4) De besturen of, waar deze ontbreken, de hoofden eener groep particuliere scholen, welke eene commissie als vorenbedoeld hebben ingesteld, geven daarvan kennis aan den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, onder opgave van de aangesloten scholen, van de regeling, welke voor de verkiezing van de leden der commissie is getroffen en van de namen der door de besturen, respectievelijk hoofden, en door het onderwijzend personeel gekozenen en van de Voorzitters der commissiën. Wijzigingen in een' en ander gebracht,, worden eveneens aan genoemden Departementschef medegedeeld.

(5) In de regeling voor de verkiezing van de leden der commissie, krachtens het vorige lid getroffen, wordt in elk geval bepaald:

a. dat om de twee jaren één der door de besturen, respectievelijk hoofden, en één der door het onderwijzend personeel gekozen leden aftreedt, volgens een door de commissie op te maken, bij loting vast te stellen rooster;

i. dat de voorzitter wordt gekozen door de leden der commissie voor den tijd van twee jaar;

c. dat zoowel de aftredende voorzitter als de aftredende leden aanstonds herkiesbaar zijn.

(6) Binnen tien dagen na zijne verkiezing geeft de voorzitter daarvan kennis aan de schoolbesturen, respectievelijk hoofden, welke tot de groep behooren, met aanduiding van zijne woonplaats en van de plaats waar de commissie zitting zal houden. Veranderingen van deze plaatsen worden medegedeeld binnen tien dagen nadat zij zijn ingetreden. De besturen, respectievelijk hoofden, geven van een en ander binnen tien dagen kennis aan het aan hun school verbonden onderwijzend personeel.

(7) De commissie stelt een huishoudelijk reglement voor hare werkzaamheden vast, waarin in elk geval wordt geregeld:

a. de wijze waarop de beroepen zullen worden behandeld, met dien verstande dat aan het schoolbestuur, respectievelijk hoofd, en aan den appellant gelegenheid wordt gegeven hunne belangen schriftelijk en, indien zij zulks verlangen, ook mondeling voor te dragen of te doen voordragen en dat een afschrift van de uitspraak der commissie zoowel aan het schoolbestuur, respectievelijk hoofd, als aan den appellant zal worden uitgereikt;

&. de verdeeling van de kosten, waartoe de werkzaamheden der commissie aanleiding geven, over de tot de groep behoorende school-

Sluiten