Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevestigen. Wij zien hier dus de bedoeling van het opschrift in het eerste vers. Het wordt gevolgd door vers:

2. Het begin van het woord des Heeren door Iloséa. De Heere dan zeide tot Hoséa: Ga henen, neem u eene vrouw der hoererijen, en kinderen der hoererijen ; want het land hoereert ganschelijk van achter den Heere.

De profeet toont hier welken last hem in den beginne was opgedragen, namelijk om openlijk den oorlog te verklaren aan de Israelieten, Gods toorn bekend te maken en verwoesting aan te kondigen. Hij begint niet met gladde woorden, hij vermaant het volk niet op zachtmoedige wijze om zich te bekeeren ; hij gebruikt geene omwegen om het scherpe van zijne leer te verzachten of te verbloemen. Niets van dat alles doet hij, maar geeft te kennen, dat hij gezonden was als de herauten, of boodschappers, om oorlog te verklaren. Het begin alzoo van hetgeen de Heere door Hoséa had geproken, was dit: //Dit volk is een overspelig geslacht, allen zijn, als het ware, uit eene hoere geboren, het koninkrijk van Israël is het vuilste bordeel, en nu verstoot en verwerp Ik hen, Ik erken hen niet langer als Mijne kinderen//. Dit was geene gewone heftigheid. Wij zien dus, dat het woord begin hier niet zonder reden gebruikt is, maar voorbedachtelijk, opdat wij weten dat de profeet, zoodra hij zijn ambt als leeraar had op zich genomen, heftig en streng was, en zijne scherpe woorden van bestraffing tegen het rijk van Israël had geslingerd.

Nu zou men kunnen vragen : Waarom was God zoo grootelijks vertoornd ? Waarom heeft Hij de ongelukkige menschen niet eerst tot zich teruggeroepen, daar de gewone wijze van doen toch geweest schijnt te zijn, dat de profeet door eene vriendelijke en vaderlijke toespraak beproefde hen wederom tot de rechte gezindheid des harten terug te brengen, die van de zuivere aanbidding Gods waren afgeweken. Waarom heeft God dan nu ook niet die gewone wijze van doen gevolgd ? Maar wij leeren er uit, dat de krankheid des volks ongeneeslijk was. De profeet geeft hier ongetwijfeld duidelijk te kennen, dat hij door God was gezonden, toen de staat van zaken schier onherstelbaar was. Wij weten inderdaad dat God niet gewoon is zoo streng met de menschen te handelen ; maar dan alleen wanneer Hij alle andere middelen beproefd heeft, en dit kunnen wij voorzeker zeer gemakkelijk uit de geschiedverhalen der Schrift te weten komen. De tien stammen waren onmiddelijk na hun' opstand tegen het huis van David, van de

Sluiten