Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en legt hun, als het ware, in den mond, wat zij daarna tot het volk moeten spreken. Zoo zegt Christus, dat het Woord Gods kwam tot koningen, omdat Hij hen aanstelt om het menschdom te regeeren. ;/Indien hij die goden genaamd heeft", zegt Hij, //tot welken het woord Gods geschied is" ; en wij weten, dat die psalm 1) inzonderheid met betrekking tot koningen geschreven werd. Nu zien wij wat deze volzin in het eerste vers bevat. Het woord van God kwam tot Hosèa, want de Heer heeft niet op gewone wijze tot den profeet gesproken, maar hem instructies gegeven, opdat hij daarna het volk, als de vertegenwoordiger van God zei ven zou kunnen onderwijzen.

Nu wordt er in het tweede vers bijgevoegd : Het begin van het spreken, zooals de Heere gedaan heeft door Hoséa. Zij, die hier deze zinsnede overzetten : //met Hoséa", schijnen van des profeten bedoeling eene stijve, gedwongene, verklaring te geven, Ik weet wel, dat de letter beth dikwijls deze beteekenis heeft in de Schrift, maar in deze plaats stelt de profeet zich ongetwijfeld voor als het werktuig van den Heiligen Geest. God sprak toen in Hoséa, of door Hoséa, want hij bracht niets voort uit zijn eigen brein, maar God sprak door hem. Dit is eene wijze van spreken, die wij dikwijls zullen ontmoeten. Daarvan hangt inderdaad het gansche gezag af van Gods dienstknechten, dat zij zich niet den vrijen teugel vieren, maar getrouwelijk, als het ware van hand tot hand, overgeven wat de Heere hun bevolen heeft, zonder er iets hoegenaamd van henzelven aan toe te voegen. God sprak alzoo in Hoséa. Daarna volgt: De Heere zeide tot Hoséa. Nu is dit, hetwelk voor de derde maal gezegd, of hetgeen driemaal herhaald is, niets anders dan de opdracht in verschillende vormen. Hij zeide eerst in het algemeen: ,/Het Woord des Heeren, dat geschied is tot Hoséa"; nu zegt hij: //De Heere sprak aldus", en hij geeft duidelijk te kennen wat het woord was, waarop hij verwees in het eerste vers.

Ga heen, zegt Hij, neem u eene vrouw der hoererijen, en kinderen der hoererijen ; en de reden wordt er bijgevoegd, want hoereerende hoereert het land. Hij spreekt hier zonder twijlel van de ondeugden, die de Heere zoo lang en met zoo onuitsprekelijk geduld heeft verdragen. Door wellustig te zijn is het land wellustig geworden, zoodat het Jehovah niet volgt.

De Schriftuitleggers hebben hier voor groote moeielijkheden gestaan, want het schijnt vreemd, dat de profeet zich eene hoere tot vrouw zou nemen. Sommigen zeggen, dat dit een buitengewoon geval was. Voorzeker kon zulk eene buitensporigheid in geen' leeraar worden geduld. Wij zien wat Paulus

1) Bedoeld wordt Psalm 82.

Sluiten