Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eischt voor een opziener der gemeente, en ongetwijfeld werd vroeger dezelfde eisch gesteld aan de Profeten n.1. dat hun gezin kuisch zou zijn en vrij van elke smet en blaam. Het zou den profeet dus hebben blootgesteld aan de verachting van allen, indien hij in een bordeel was gegaan en zich eene hoere ter vrouwe had genomen. Want hij spreekt hier niet van eene vrouw, die alleen maar onkuisch is, eene gewone hoer, want diegene wordt eene vrouw der wulpschheid genoemd, die sedert lang aan hoererij gewoon is, veil is geweest voor iedereen, zich dus geprostitueerd heeft niet slechts een of twee maal, of met slechts enkele mannen, maar met allen. Dat de profeet dit gedaan zou hebben, lijkt zeer onwaarschijnlijk. Maar, gelijk ik gezegd heb, sommigen antwoorden, dat dit niet als den gewonen regel beschouwd moet worden, want het was een buitengewoon bevel van God. Toch schijnt het niet bestaanbaar met de rede, of het verstand, dat de Heere Zijn profeet zonder reden of aanleiding verachtelijk zou gemaakt hebben; want hoe kon hij verwachten ontvangen te zullen worden, als hij voor het publiek trad, nadat hij zulk een' smaad over zich had gebracht? Indien hij eene vrouw had gehuwd, gelijk zij hier wordt aangeduid, dan zou hij zich zijn leven lang moeten schuil hebben gehouden, veeleer dan het profetisch ambt op zich te nemen. De meening van hen, die denken, dat de profeet zulk eene vrouw genomen heeft, is dus niet waarschijnlijk.

En dan is er nog eene andere onomstootelijke reden, die tegen hen strijdt; want den profeet wordt niet slechts bevolen eene vrouw der hoererijen te netnen, maar ook kinderen der hoererijen, geteeld door hoererij. Het is dus hetzelfde alsof hij zelf hoererij had gepleegd. Want als wij zeggen, dat hij eene vrouw had gehuwd, die zich te voren onbetameijk had gedragen en zich aan onkuischheid had overgegeven, (gelijk Hieronymus ten laatste betoogt, ten einde den profeet te verontschuldigen), dan is dit een beuzelachtige uitvlucht, want Hij spreekt niet slechts van de vrouw, maar ook van de kinderen, voor zoo ver God het geheele kroost overspelig bedoeld heeft, en dit kon niet het geval wezen in een wettig huwelijk. Vandaar dat schier al de Hebreen de meening deelen, dat de profeet niet werkelijk een vrouw gehuwd heeft, maar dat hem dit bevolen was te doen in een visioen. En in het derde hoofdstuk zullen wij bijna dezelfde zaak beschreven zien ; en toch kan hetgeen daar verhaald wordt niet werkelijk zijn geschied; want den profeet wordt bevolen eene vrouw te huwen, die hare huwelijkstrouw had geschonden, en haar, na haar gekocht te hebben, eenigen tijd in huis te houden. Wij weten, dat dit niet gebeurd is. Hieruit volgt dus, dat het eene voorstelling was, die aan het volk getoond werd.

Sluiten