Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeder. Hij spreekt hier als de vertegenwoordiger Gods, en, gelijk reeds verklaard is, God gebruikt het beeld of de gelijkenis van een huwelijk. Laat ons nu zien, wat de beteekenis der woorden is.

Als een man zijne vrouw een' scheidbrief geeft, hecht hij het teeken der schande aan de kinderen, die uit dat huwelijk zijn geboren : de moeder werd van haren man gescheiden, en vanwege die scheiding zijn de kinderen minder in aanzien. Indien een man uit grilligheid van zijne vrouw scheidt, zal hij met recht door de kinderen met haat worden aangezien. Waarom ? „Omdat hij onze moeder niet heeft lief gehad zooals het zijn plicht was; hij heeft den huwelijksband niet in eere gehouden". Gewoonlijk zal in zulk een geval de liefde der kinderen voor hun vader verkoelen of geheel ophouden, daar hij hunne moeder met zoo weinig menschelijkheid behandelt. Als nu de Israelieten zich verworpen en verstooten zagen, wilden zij de schuld hiervan op God werpen. Want het volk wordt hier bij den naam moeder genoemd, dat is : de moedernaam wordt overgebracht op geheel het volk, of het geslacht van Abraham. God had dat volk getrouwd. Hij wenschte, dat het Hem als ter vrouwe zijn zou. Daar nu God als de man was voor het volk, waren de Israelieten als kinderen, uit dat huwelijk geboren. Maar toen zij verstooten werden, zeiden de Israelieten, dat God wreedelijk met hen had gehandeld, want hij had hen zonder oorzaak verstooten. Nu neemt de profeet de verdediging op zich van Gods zaak, en spreekt in Zijn' naam : Twist, twist, zegt hij, tegen ulieder moeder. In één woord: deze plaats komt overeen met hetgeen gezegd wordt in het begin van het 50ste hoofdstuk van Jesaja : „Waar is de scheidbrief van ulieder moeder? Heb ik u verkocht aan Mijne schuldeischers ? Ziet om uwe ongerechtigheden zijt gij verkocht, en om hare overtredingen is uwe moeder weggezonden". Mannen plachten aan hunne vrouwen een' scheidbrief te geven, opdat zij zeiven hem zouden zien ; want die scheidbrief onthief haar van allen smaad, in zoover de echtgenoot van zijn vrouw getuigde : „Ik zend haar niet weg, omdat zij mij ontrouw was, of omdat zij den huwelijksband geschonden heeft; maar omdat hare gestalte mij niet behaagt, of omdat hare manieren mij niet aangenaam zijn». De man werd door de wet genoodzaakt zulk een getuigenis te geven. Nu zegt God door Zijn profeet: „Toont mij den scheidbrief, heb Ik uit eigene beweging uwe moeder weggezonden ? Neen, dat heb Ik niet gedaan. Gij kunt mij niet van wreedheid beschuldigen, alsof hare gestalte Mij niet behaagde, en alsof Ik de gewone wijze van doen had gevolgd, die bij ulieden in zwang is. Ik heb haar niet gewillig verstooten, noch naar Mijn eigen goeddunken of willekeur; en Ik

Sluiten