Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerk geen scheldbrief heeft gegeven; dat is : dat Hij zich niet eigenwillig of zonder grond van haar gescheiden heeft, gelijk wreede en gemelijke mannen plegen te doen; maar dat Hij hiertoe verplicht was, omdat Hij niet langer de oogen kon sluiten voor zoovele gruwelen. Nu volgt: —

3 Opdat Ik ze niet naakt uitstroope, en zette ze als ten dage, toen zij geboren werd: ja make ze als eene woestijn, en zette ze als een dor land, en doode ze door dorst.

Hoewel de profeet de Israelieten in dit vers streng dreigt, blijkt toch uit eene nauwkeurige beschouwing van die geheele Schriftuurplaats, dat hij het vonnis, dat wij verklaard hebben, verzacht; want door aan te kondigen wat soort van wrake hen wacht, zoo zij zich niet in tijds bekeerden, toont hij, dat er toch nog eenige hoop was overgebleven, die hij, gelijk wij zien zullen, later meer duidelijk zal uitspreken.

Nu begint hij met te zeggen: Opdat Ik haar niet naakt uitstroope, en zette ze als ten dage, toen zij geboren werd. Dit alleen zou ontzettend geweest zijn, maar wij zullen in het context zien, dat God de straf zoo aankondigt, dat Hij de hoop op genade niet gansch en al afsnijdt; en terzelfder tijd herinnert hij hun, dat de scheiding, om welke zij zoo gereed waren met God te twisten, van zulk een' aard was, dat God^ jegens de verstootene vrouw nog toegevendheid betoont. Want als een man eene overspelige vrouw verstoot, ontbloot hij haar gansch en al, en dat terecht; maar God toont hier, dat, hoewel de Israelieten zedeloos waren geworden, gelijk eene schaamtelooze vrouw, Hij tot nu toe toch niet zoo van hen gescheiden was, of Hij heeft hun hun huwelijksgoed, hunne versierselen en huwelijksgeschenken nog gelaten. Wij zien dus, dat God niet, zooals Hij had kunnen doen, van Zijn recht gebruik heeft gemaakt; vandaar dat Hij zegt: „Opdat Ik ze niet naakt uitstroope, hetgeen dit beteekent: //Ik schijn u al te streng te zijn, omdat Ik verklaard heb niet langer de man te zijn van uwe moeder; en ziet, met hoeveel goedheid Ik haar nog gespaard heb; want tot nu toe is zij nog schier niet aangeraakt; hoewel zij den naam van echtgenoote verloren heeft, heb Ik haar toch niet ontbloot; nog leeft zij in overvloed. Vanwaar komt dit anders dan van Mijne toegevendheid ? want Ik heb niet volgens Mijn recht willen handelen, gelijk mannen dat doen. Maar, tenzij zij leert zich te verootmoedigen, zal Jk Mij nu aangorden om zwaarder straf aan haar te volvoeren . Nu verstaan wij den zin van die geheele Schriftuurplaats.

Sluiten