Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat de profeet bedoelt met den dag der geboorte, kunnen wij gemakkelijk leeren uit Ezechiël XVI, want Ezechiël behandelt daar hetzelfde onderwerp als onze profeet, maar veel uitvoeriger. Hij zegt, dat de Israelieten geboren werden, toen God hen van de tyrannie van Egypte had verlost. Dat was dus de geboortedag des volks. Toch was het een treurig, ellendig gezicht, toen zij wegvloden met vreeze en beven, toen zij blootgesteld waren aan hunne vijanden. En toen zij in de woestijn waren zonder brood en zonder water, was hun toestand wel zeer ellendig. Nu zegt de profeet: Opdat lk ze niet zette . als ten dage, toen zij geboren werd : ja maïce ze als eene woestijn. Sommigen meenen, dat de letter 3 caph er onder begrepen moet worden, alsof er geschreven was a^s

woestijn ; dat is : Ik zal haar zetten als te voren in de woestijn ; en deze verklariDg is niet ongepast; want de profeet noemt ongetwijfeld dien tijd de dag der geboorte, toen het volk uitgevoerd werd uit Egypte. Zij kwamen toen onmiddelijk in de woestijn, waar zij aan alles gebrek hadden. Zij zouden dus weldra zijn omgekomen, daar zij verteerd werden van honger en dorst, indien de Heere hen niet wonderbaarlijk had onderhouden. De zin schijnt dus goed te vloeien als men hem overzet door Opdat lk ze niet zette als in de woestijn, en als in een dor land. Maar eene andere verklaring is meer algemeen aangenomen : Opdat Ik ze niet zette als de woestijn en dor land.

Met betrekking tot hetgeen de profeet op het oog had, was het noodig de Israelieten te herinneren aan hetgeen zij bij hun' aanvang geweest waren. Want vanwaar kwam hunne verachting van God, vanwaar hun hardnekkige hoogmoed, zoo niet daarvan dat zij bedwelmd waren door hunne wellusten ? Want toen zij overvloed hadden van alle goed, dachten zij, dat zij als het ware van de wolken waren gekomen, want gewoonlijk vergeten de menschen wat zij te voren geweest zijn, als de Heere hen rijk heeft gemaakt. Daar nu de weldaden Gods ons meestal verblinden, zoodat wij ons, als het ware, halfgoden wanen te zijn, stelt de profeet den kinderen van Abraham hier voor oogen wat hun toestand was, toen de Heere hen had verlost. ,/Ik heb u verlost" zegt Hij, //van de grootste ellende en de uiterste versmaadheid." Koningszonen ziin geboren koningen, en worden grootgebracht te midden van pracht en genoegens; ja wij weten, dat, vóór zij nog geboren zijn, hun reeds groote pracht en praal bereid wordt, die zij dan van hun moeders lijf af reeds genieten. Maar als iemand geboren is uit eene moeder van lage afkomst, en verwekt is door een' geringen, armen vader, maar daarna tot een anderen toestand geraakt, dan zou men hem, indien hij hoogmoedig is op zijn glans en aanzien, en vergeet, dat hij eens gering en onbeduidend was, met recht

Sluiten