Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wel had Hij te voren gezegd, dat zij uit overspel waren ge boren ; maar daarna had Hij hen in gnnst aangenomen. Dit is waar; maar men moet in gedachten houden wat ik gezegd heb, namelijk dat de profeet nu nog voortgaat met zijne bestraffingen ; want hoewel hij er eenige vertroostingen aan heeft toegevoegd, zag hij toch, dat hun hart niet tot berouw neigde en nog niet genoeg verootmoedigd was. Wij moeten het verschil in het oog houden tusschen hun' tegenwoordigen toestand en hunne toekomstige gunst. God heeft te voren beloofd genadig te zullen zijn zelfs aan de afvalligen, die zich van Hem hadden afgekeerd ; maar nu toont hij, dat de tijd daartoe nog niet rijp was, want zij hadden niet opgehouden van te zondigen. Daarom zegt Hij : lk zal Mij harer kinderen niet ontfermen.

Gesproken hebbende van het verstooten der moeder, zegt Hij nu, dat kinderen, uit overspel geboren, Zijne kinderen niet zijn ; en voorzeker wat de profeet te voren beloofd had, is niet onmiddelijk vervuld geworden; want wij weten, dat het volk verloochend werd, en na beroofd te zijn van het land Kanaan door den Heere, als het ware, verworpen is geworden. De Babylonische ballingschap was eene soort van dood, en toen zij uit die ballingschap terugkwamen, was het slechts een klein deel, dat wederkeerde, niet het geheele volk en wij weten, dat zij door velerlei rampen getroffen werden, totdat Christus, onze Verlosser verschenen is. Daar nu de profeet van dit geheele tijdperk spreekt, is het niet te verwonderen, dat hij zegt, dat de kinderen door den Heere verstooten zouden worden, omdat zij uit overspel waren geboren ; want tot aan hun' terugkeer uit de gevangenschap en Christus eindelijk was geopenbaard, heeft die verstooting, waarvan de profeet spreekt, altijd voortgeduurd. Harer kinderen, zegt Hij, zal Ik Mij niet ontfermen. Op den eersten aanblik schijnt het ontzettend, dat God de hoop op genade wegneemt; maar wij moeten die uitspraak beperken tot den tijd, gedurende welken het Gode behaagd heeft Zijn volk te verstooten. Zoolang dus die tijdelijke verwerping duurde, was Gods gunst verborgen ; en daarvan spreekt nu de profeet: lk zal mij dus harer kinderen niet ontfermen, icant zij zijn uit overspel geboren. Tevens moeten wij ons herinneren, dat deze uitspraak zeer bijzonder de verworpenen gold, die zich beroemden kinderen van Abraham te zijn, terwijl zij goddeloos en onheilig waren, den ganschen eeredienst van God verdierven en ten eenenmale ontembaar waren. De profeet spreekt dus rechtvaardiglijk dit strenge oordeel uit over hardnekkige menschen, die door geene vermaningen tot inkeer gebracht konden worden.

Daarna veiklaart hij op wat wijze zij kinderen der hoererijen geworden zijn; hunne moeder, die hen ontcamjen, ot gebaard, heeft hoereert, door schandelijke daden heeft zij zich veront-

Sluiten