Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reinigd. boesh beteekent beschaamd zijn; maar de profeet

bedoelt hier niet, dat de Israelieten door schaamte waren aangedaan, want dat zou niet overeenkomen met de vorige uitspraak ; maar dat zij als eene schaamtelooze en schandelijke vrouw 'waren, die zich niet schaamde over hare slechtheid. Hunne moeder had dus gehoereerd, en die hen gebaard had was schandelijk geworden. Hier ontneemt de profeet den Israelieten hun dwaas vertrouwen, die den naam Gods plachten te belijden, terwijl zij toch gansch en al van Hem vervreemd waren; want door hunne goddeloosheden waren zij van de zuivere aanbidding Gods afgeweken : zij hadden de wet verworpen en elk juk afgeschud. Daar zij dus als wilde dieren waren, was het verregaande domheid om den naam Gods tot hun schild te gebruiken, en altijd maar te roemen op de aanneming van hun' vader Abraham. Daar nu de Joden zoo onbuigzaam hoogmoedig waren, antwoordt de profeet hun hier: »Uwe moeder heeft gehoereerd, en zich met schandelijkheden verontreinigd ; daarom zal Ik u noch achten mijne kinderen te zijn, noch u als de zoodanigen erkennen ; want gij zijt geboren uit hoeierij.

Deze plaats bevestigt wat ik tevoren kortelijk heb verklaard, namelijk dat het niet genoeg is, dat God zich een volk verkiest, tenzij dit volk ook volhardt in de gehoorzaamheid des geloots; want dit is de geestelijke kuischheid, die de Heere eischt van al de Zijnen. Maar wanneer wordt eene vrouw, die God door den heiligen huwelijksband aan zich verbonden heeft, gezegd te hoereeren ? Als zij, gelijk wij later nog duidelijker zien zullen, van het zuivere en onbedorven geloof afvalt. Zoo volgt hier dan uit, dat het huwelijk tusschen God en den mensch zóó lang stand houdt, als zij, die aangenomen werden, in het zuivere geloof volharden, terwijl afval God in zekeren zin van ons losmaakt, zoodat Hij ons rechtvaardiglijk kan verstooten. Daar nu die afval heerscht onder het Pausdom, en reeds vele eeuwen geheerscht heeft, hoe onzinnig zijn zij dan niet in hun roemen, dat zij voor de heilige katholieke Kerk gehouden willen ziin en het uitverkoren volk Gods P Want zij zijn uit overspel geboren; zij zijn kinderen der hoererijen. Het onverderfelijk zaad is het woord Gods; maar wat soort van leer hebben zij t Het is een zaad der hoererijen. Ten opzichte van God zijn alle Papisten dus bastaards. Tevergeefs roemen zij kinderen Gods te zijn, en dat zij de heilige Moederkerk hebben ; want

zii ziin geboren uit vuile hoererij.

De profeet gaat nog voort met hetzelfde onderwerp : Zijzeiae: Ik zal mijne boelen naloopen, die mij mijn brood en mijn water, mijne wol en mijn vlas, mijne olie en mijn' drank geven. De profeet geeft hier eene bepaling van de hoererij, waarvan hij had gesproken : dit laatste gedeelte is verklarend; de proleet

Sluiten