Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom, zegt Hij, ziet Ik, Er ligt eene bijzonder beteekenis in deze woorden, want God betuigt, dat Hij de wreker wordt der goddeloosheden, als de menschen in het nauw worden gebracht; alsof Hij zeide: „Hoewel de Israelieten niet bereid zijn te erkennen, dat zij rechtvaardiglijk lijden, verklaar Ik toch nu, dat het Mijn werk zal zijn hen te straffen, wanneer hunne genietingen hun zullen ontnomen worden, en de aanleiding tot hun' hoogmoed voor hen zal ophouden te bestaan". En door de zinnebeeldige woorden, die Hij gebruikt, geeft Hij te kennen, dat Hij zóó met hen zal handelen, dat aan het volk belet zal worden om, gelijk zij tot nu toe gedaan hadden, al te dwalen naar hunne afgoden ; maar de beeldspraak der hoere behoudt Hij. Als nu eene onkuische vrouw hare boelen naloopt, moet de echtgenoot óf willens blind zijn, óf wezenlijk met haar slecht gedrag onbekend wezen. Hoe dit zij : eene vrouw kan niet aldus hare huwelijkstrouw schenden, tenzij haar man haar veel vrijheid laat. Maar als een man bespeurt, dat zijne vrouw hoereert, zal hij nauwkeuriger op haar letten, nacht en dag hare gangen nagaan. God maakt nu deze vergelijking. Ik zal haren weg, zegt Hij, met doornen betuinen, Ik zal een' heiningmuur maken, zoodat er geen toegang overblijft tot de overspeelster.

Maar door deze gelijkenis bedoelt de profeet, dat het volk zóó in de engte gedreven zou worden, dat zij zich aan geene dartelheid of uitspattingen meer zullen overgeven, gelijk zij gedaan hadden in hunne bijgeloovigheden; want zoolang de Israelieten voorspoed hadden, dachten zij, dat alles hun geoorloofd was; vandaar hunne gerustheid en vandaar ook hun verachten van het woord des Heeren. Met eene omtuining en met doornen bedoelt God die rampen waardoor Hij de goddeloozen intoomt, zoodat zij aflaten van zich zeiven te vleien, en niet meer, gelijk zij te voren deden, zonder nadenken hunne bijgeloovigheden volgen. Zij zal dus hare paden niet vinden, dat is : Ik zal hen zoo doen zuchten onder den druk van rampen, dat zij zich niet langer, gelijk zij tot nu toe gedaan hebben, den vrijen teugel zullen vieren. Daarna volgt: —

7. En zij zal hare boelen naloopen, maar dezelve niet aantreffen; en zij zal hen zoeken, maar niet vinden ; dan zal zij zeggen : Ik zal henengaan en keeren weder tot mijn' vorigen man, want toen was mij beter dan nu.

God toont nu wat er plaats heeft als Hij een verhard en oproerig volk met zware straf bezoekt. In de eerste zinsnede toont Hij, dat de verkeerdheid hun hart zoo sterk blijft aan-

Sluiten