Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar de profeet voegt er bij : Na haar geleid te hebben in de woestijn, zal lk haar neigen, dat is : haar buigzaam, volgzaam voor Mij maken. Hij geeft door deze woorden te kennen, dat er geene hoop op bekeering was, voordat het volk tot de uiterste ellende gebracht werd; want, indien hunne straf zacht of matig geweest was, zou hunne hardnekkigheid niet verbroken zijn geworden. God toont dus in dit vers, dat er geen einde of vermindering van het kwaad zou zijn, voordat het volk in de woestijn gevoerd zou worden, dat is : voordat zij beroofd zouden zijn van hun land en de offeranden, en al hun rijkdom ; ja voordat zij beroofd zouden zijn van hun gewoon voedsel, en in eene eenzame wildernis geworpen zouden zijn, waar zij gebukt zouden gaan onder gebrek aan alles, en de uiterste nood hen met den dood zou bedreigen. Indien dus het volk slechts door eene lichte straf ware getroffen, zou er niets bij hen zijn uitgewerkt, want hunne verstoktheid was te groot om door lichte of meer gewone middelen verzacht te worden.

Maar die uitspraak was vol van groote vertroosting. De geloovigen zouden anders tot volslagen wanhoop zijn vervallen, toen zij zich in ballingschap zagen gevoerd, en de aanblik des lands, dar, als het ware, de spiegel was der Goddelijke aanneming, hun ontnomen was : toen zij zich verstrooid zagen in verschillende landen, en er geen samenhang meer onder hen was, geen zaad van Abraham. Opdat de geloovigen dus niet door wanhoop verteerd zouden worden, heeft de Heere op die wijze hunne smart willen lenigen ; hun de verzekering gevende, dat, hoewel zij wederom in de woestijn gebracht waren, God, die hen voormaals verloste, toch nog dezelfde was, nog dezelfde kracht en macht had, die Hij ten behoeve hunner vaderen had tentoongespreid. Nu zien wij de bedoeling van den profeet. Het ongeluk zou hun hart met zooveel schrik hebben vervuld, dat zij alle hoop op Gods gunst hadden verloren, en zich gansch en al het verderf ten prooi zouden wanen; maar God stelt hun de woestijn voor oogen. //Hoe ! heb Ik u dan niet voormaals uit de woestijn gevoerd. Is sedert dien tijd Mijne macht verkort? Voorwaar, Ik ben nog dezelfde God, als die uwe vaderen mij bevonden hebben te zijn : Ik zal u nogmaals uitvoeren uit de wildernis". Maar tevens herinnert God hen er aan, dat hunne krankheden ongeneeslijk zouden zijn, vóór zij in de woestijn gebracht waren, beroofd van hun land en van al de teekenen Zijner gunst, opdat zij zich zeiven niet meer door een valsch vertrouwen zouden misleiden.

Daarom zegt Hij : Nadat Ik haar gelokt zal hebben in de woestijn, zal Ik haar overreden, of doen omkeeren. Ik geef de voorkeur aan het woord omkeeren of neigen, hoewel het woord

Sluiten