Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overreden toch volstrekt niet ongepast is. Maar er schijnt eene vergelijking in opgesloten te zijn tusschen de tegenwoordige weerspannigheid des volks, en de gehoorzaamheid, die zij Gode zouden bewijzen, na door verschillende beproevingen onderworpen te zijn geworden. wHet volk", zegt Hij, //zal dan buigzaam zijn, als zij in de woestijn zullen geleid wezen."

En Ik zal naar haar hart spréken. Wat de beteekenis is van die uitdrukking, weten wij uit Jesaja 40. Naar het hart spreken is vertroosting te brengen, smart te lenigen door een vriendelijk woord, welwillendheid te betoonen, en uitzicht te geven op hoop, dat hij, die te voren als verteerd werd door droefheid, weder vrij zal kunnen ademhalen, moed zal kunnen scheppen, en op een' beteren toestand zal kunnen hopen. En op die wijze van spreken behoort zorgvuldig gelet te worden, want God geeft te kennen dat er thans geene plaats was voor Zijne beloften, dewijl de Israelieten zoo onbuigzaam waren. Niet te vergeefs zeide Paulus tot de Corinthiërs : ,/Opent mijn' mond, o Corinthiërs ! want ik ben niet nauw jegens u, maar gij zijt nauw in uwe ingewanden" (2 Cor. VI : 11, 12). Toen de Corinthiërs van Paulus vervreemd waren, hadden zij, als het ware, den toegang voor zijne leer versperd, zoodat hij hen niet op vaderlijke wijze kon toespreken. Zoo betuigt de Heere ook in deze plaats, dat de deur gesloten was voor Zijne beloften, want zoo Hij den Israelieten hoop gaf op vergeving, zou dit slechts met spot of hoon worden aangehoord ; indien Hij hen vriendelijk genoodigd had om tot Hem te komen, zij zouden minachtend de uitnoodiging van de hand hebben gewezen; zoo groot was hun overmoed; indien Hij met hen verzoend wenschte te zijn, zij zouden Hem veracht of afgewezen hebben, of wel, zij zouden, als tevoren, Zijne goedheid misbruikt hebben. Hij toont dus, dat het hunne schuld was, zoo Hij niet vriendelijk en welwillend jegens hen kon handelen. Vandaar dat: Als ik haar gelokt zal hebben in de woestijn, zal ik naar haar hart spreken.

Laat ons er dan van overtuigd wezen, dat, wanneer wij de bewustheid verliezen van Gods gunst, de weg versperd is door onze eigene schuld, want God zou ons altijd gaarne vriendelijkheid willen bewijzen, indien onze weerspannigheid en hardheid niet in den weg stonden. Maar als Hij ons zoo onderworpen ziet, dat wij volgzaam en gehoorzaam willen zijn, dan is Hij van Zijn' kant bereid om naar ons hart te spreken ; dat is : Hij is bereid zich te toonen zooals Hij is, vol van genade en goedertierenheid.

Wij zien dus hoe goed het context van den profeet harmonieert. Er zijn twee gedeelten ; het eerste is, dat God aan de Israelieten niet gansch en al de hoop op vergeving ontneemt,

Sluiten