Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God Zijn volk in gunst zal aannemen. Alsof het volk de huwelijksgelofte niet had geschonden, belooft God als een bruidegom voor hen te wezen, die eene maagd huwt, jong en rein. Te voren hebben wij van den afval des volks gesproken, daar God hen nu verworpen had, was het geene kleine gunst voor het volk om wederom door God aangenomen te worden, en aangenomen te worden met vergeving. Als eene vrouw wederkeert tot haren man, is het voor dezen iets groots om haar vergiffenis te schenken, haar haar vorig slecht gedrag niet te verwijten ; maar God doet meer, want Hij ondertrouwt zich een volk, slecht vanwege vele schandelijke daden ; en hunne zonden weggedaan hebbende, gaat Hij, als het ware, een nieuw huwelijk met hen aan, en verbindt hen wederom aan zich. Vandaar dat hij zegt: lk zal u Mij ondertrouwen. Nu zien wij de beteekenis van het woord ondertrouwen ; want daarmede bedoelt God, dat Hij de ontrouw niet zal gedenken, waarom Hij te voren Zijn volk verstooten had, en dat Hij hunne schande zal uitwisschen. Het was voorwaar eene eervolle wederherstelling in gunst, toen God een nieuw huwelijk aanbood, alsof het volk nooit aan eene overspelige vrouw gelijk was geworden.

En Hij zegt: Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid. Daarin ligt eene tegenstelling tusschen het huwelijk, waarvan de profeet tot nu toe had gesproken, en dit hetwelk God nu aangaat. Want, gelijk wij gezegd hebben, God, zijn volk verlost hebbende, was te voren in een huwelijksverbond met hen getreden ; maar het volk had de huwelijksbelofte geschonden, en daaruit ontstond vervreemding en echtscheiding. Het huwelijk was dus niet slechts tijdelijk, maar ook zwak, en spoedig verbroken ; want het volk heeft niet lang volhard in zijne gehoorzaamheid ; maar van dit nieuwe huwelijk verklaart de profeet, dat het eeuwiglijk zou blijven bestaan; en aldus stelt hij deszelfs duurzaamheid tegenover den afval, die het volk zoo spoedig van God vervreemd had. Vandaar dat Hij zegt: Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid.

Hij verklaart nu hoe, op wat wijze, Hij dit doen zal, namelijk in gerechtigheid en gericht, daarna in goedertierenheid en in barmhartigheden, en ten derde in trouw. God had, in waarheid, van den beginne af met de Israelieten een verbond gesloten in gerechtigheid en gericht; er was geen mom, geene valschheid in Zijn verbond : daar God dus het volk in oprechtheid had aangenomen, tegen welke ondeugden stelt Hij dan gerechtigheid en gericht over ? Ik antwoord. Deze woorden moeten op beide contracteerende partijen toegepast worden : en dan verstaat God onder gerechtigheid niet slechts Zijne eigene, maar ook die, welke, gelijk men zegt, wederzijdsch en wederkeerig is; en door gerechtigheid en gericht verstaat Hij die

Sluiten