Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijt zeer heilig, maar intusschen : waar is wederzijdsche trouw, waar is weldadigheid ? Indien gij niet eens menschen zijt, hoe kunt gij engelen wezen ? Gij zijt verslaafd aan gierigheid, gij zijt wreed : wat kan er meer van u gezegd worden, behalve dat een iegelijk uwer de overigen voor God veroordeelt, en dat ook uw leven door allen veroordeeld wordt ?"

Door te zeggen, dat waarheid of trouw niet meer bestond, maakt hij hen gelijk aan vossen, die altijd bedriegelijk zijn ; door te zeggen, dat er geene weldadigheid was, beschuldigt hij hen van wreedheid, alsof hij zeide, dat zij gelijk leeuwen en wilde dieren waren. Maar de bron van al deze ondeugden wijst hij aan in de derde zinsnede; als hij zegt, dat zij geene kennis van God hadden; en de kennis van God neemt hij voor de vreeze Gods, die voortvloeit uit de kennis van Hem ; alsof hij zeide: „In een woord; de menschen gedragen zich met evenveel losbandigheid, alsof zij dachten, dat er geen God in den hemel is, en alle godsdienst uit hun hart was weggevaagd". Want zoolang er nog eenige kennis van God in ons is overgebleven, is dit als een teugel om ons in toom te houden ; maar als de menschen dartel worden, en zich elke vrijheid veroorloven, is het zeker, dat zij God vergeten hebben, en dat er in hen geene kennis van God is. Vandaar de klachten in de Psalmen : „De goddeloozen zeiden in hun hart: Er is geen God" : 1). De goddeloosheid zegt in mijn hart: „ Er is geen God . Zoolang er nog een vonkje van ware kennis van God in hun hart schittert, kunnen de menschen zich niet in dierlijke stompzinnigheid neerstorten. Nu zien wij de ware bedoeling van den profeet.

Maar na gezegd te hebben, dat zij vol waren van trouweloosheid en wreedheid, voegt hij er bij: Maar vloeken, en liegen, en doodslaan, enz. beteekent zweren, sommigen meenen

dat het hier de beteekenis heeft van een' valschen eed doen ; en anderen lezen de twee woorden te zamen zweren en liegen, dat is : bedriegen door te zweren. Dewijl |"HX echter dikwijls vloeken beteekent, twijfel ik niet, of de profeet veroordeelt hier de gewoonte van vloeken, die onder het volk algemeen was geworden.

Maar hij noemt bijzonderheden, ten einde de woestheid des volks krachtdadiger in te toornen ; want de boozen buigen, gelijk wij weten, niet gemakkelijk het hoofd ; eerst mompelen zij, dan roepen zij luide tegen de gezonde leer, en eindelijk barsten zij los in openlijke woede en plegen geweld, als zij op geene andere wijze den voortgang der gezonde leer kunnen tegenhouden. Hoe dit zij, wij zien, dat zij er niet gemakkelijk0toe gebracht worden om hunne zonden te erkennen. Dat is de reden, waarom de profeet hier, door bijzonderheden te noemen,

Sluiten