Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schutting. „Hoe! zijn wij niet de Kerke Gods ?". Vandaar dat de Profeet, toen hij zag, dat de Israelieten een slecht gebruik maakten van dezen ten onrechte gevoerden titel, zeide : ,/Ik zal ook uwe moeder uitroeien", dat is : „Dit uw roemen, en de waardigheid van Abrahams geslacht te zijn, en de heilige naam van Kerk, zullen God niet weerhouden van ontzettende wrake te doen over allen; want Hij zal u wegrukken van uwen wortel, en tot zelfs den naam uwer moeder uitroeien ; Hij zal dien rook, waarop gij u verhoovaardigt, uiteendrijven, daar gij uwe misdaden verbergt onder den titel van Kerk". Nu volgt:

6. Myn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; dewijl gij de kennis verworpen hebt, heb Ik u ook verworpen, dat gij Mij het priesterambt niet zult bedienen ; dewijl gij de wet uws Gods vergeten hebt, zoo zal Ik ook uwe kinderen vergeten.

Hier wordt door den profeet duidelijk de nalatigheid der priesters aangeroerd, die de Heere, gelijk wel bekend is, over het volk had gesteld. Want schoon dit niet gegolden zou hebben als verontschuldiging voor het volk, dat de priesters nalatig waren, bestraft de profeet hen toch ernstig, en zeer terecht, wijl zij den plicht, dien hun door God was opgelegd, niet volbrachten. Maar hetgeen gezegd is, is niet op de priesters alleen van toepassing, want tegelijk laakt God, als van ter zijde, de eigenwillige blindheid des volks. Want, hoe kwam het, dat geen zuiver onderwijs onder de Israelieten bloeide, indien niet daarom, dat het volk het niet wenschte ? Grof was alzoo hunne onwetendheid, gelijk dit ook heden tendage het geval is met vele goddeloozen, die niet slechts de duisternis lief hebben, maar er zich gansch mede omhullen, teneinde zich met hunne onwetendheid eenigermate te kunnen verontschuldigen.

In de eerste plaats valt God hier dus de priesters aan, maar Hij sluit er ook het geheele volk bij in ; want het onderwijs bloeide niet onder hen, gelijk dit had behoord. Ook verwijt de Heere den Israelieten hunne ondankbaarheid; want Hij had het licht der hemelsche wijsheid onder hen ontstoken, daar toch de wet, gelijk wel bekend is, voldoende had moeten wezen om de menschen op den rechten weg te leiden. Het was dus alsof God zelf van den hemel hen verlichtte toen Hij hun Zijne wet gaf. Hoe zijn dan de Israelieten omgekomen door onwetendheid ? Omdat zij hunne oogen sloten voor het hemelsche licht, omdat zij zich niet verwaardigden leerzaam en volgzaam te worden

Sluiten