Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten einde van den" eeuwigen J Vader wijsheid te leeren. Daaruit zien wij dat de schuld van hel volk, gelijk gezegd is, niet verzacht kon worden, maar dat God, integendeel, klaagt, dat zij boosaardig I ij k^ het onderwijs der wet hadden onderdrukt, want de wet was geschikt om hen te leiden. Het volk kwam om zondei kennis, omdat zij wilden omkomen.

Maar de profeet kondigt wrake aan over de priesters zoowel als over het geheele volk ; Dewijl gij de kennis verworpen hebt, zegt hij, heb Ik u ook verworpen, dat gij Mij het priesterambt niet zult bedienen. Dit is inzonderheid tot de priesters gericht: de Heere beschuldigt hendekennis te hebben verworpen. Want de kennis, gelijk Maleachi zegt, moest van hunne lippen verwacht worden, (Mal, 2 : 7) en ook Mozes raakt hetzelfde punt aan in Deuter. 33 : 10. Het was de uiterste boosheid in de priesters, alsof zij de heilige orde Gods wilden omkeeren, toen zij de eere en de waardigheid van het ambt zochten zonder het ambt zelf; en zoo is het ook met de Papisten van heden ten dage; zij zijn tevreden met deszelfs waardigheid en rijkdom. Gemijterde bisschoppen zijn prelaten, zijn opperpriesters; zij snoeven dat zij de hoofden zijn der Kerk, en willen geacht worden als de gelijken der Apostelen ; en intusschen wie hunner laat zich gelegen liggen aan zijn ambt F ja zij denken, dat het in zekeren zin aan hunne waardigheid te kort zou doen, zoo zij hunne aandacht verleenden aan hun ambt, en aan de roeping Gods.

Nu zien wij dus wat de profeet bedoelde, toen hij zeide: Omdat gij de kennis verworpen hebt, heb lk u veerworpen, dat gij Mij het priesterambt niet zult bedienen. In één woord, hij toont, dat de scheiding, die de priesters beproefden teweeg te brengen, ongerijmd was, en tegen de natuur der dingen inging, dat zij monsterachtig, kortom, dat zij onmogelijk was. Waarom ? Omdat zij den eernaam en de daaraan verbonden macht en invloed wenschten te behouden ; zij wenschten voorgangers der Kerk geacht te worden, zonder kennis. God laat niet toe, dat de zaken, die door een' heiligen band saamgevoegd zijn, aldus van een gescheurd worden. „Neemt gij dus" zegt Hij „het ambt op u zonder kennis ? Neen ! daar gij de kennis verworpen hebt, zal Ik ook de eere van het priesterschap terugnemen, dat Ik u voormaals geschonken had.

Dit is eene merkwaardige plaats, waarmede wij de dwaze snoeverij der Papisten tot zwijgen kunnen brengen, als zij ons zoo hooghartig hunne hiërarchie willen opdringen, en de orde zooals zij het noemen, van hunne geestelijken, dat is, van hun bedorven bezinksel, want God verklaart door Zijn wooid, dat het onmogelijk is, dat er een priester zij zonder kennis. En voorts, hij wenschte zich geene priesters, die wel kennis heb-

Sluiten