Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geheele volk in diezelfde schuld, en dat wel zeer terecht : want hoe kwam het, dat de priesters naar gewin uitzagen van de offers ? Het was omdat de leer der wet omgekeerd was. De offers waren door God ingesteld met het doel, dat een iegelijk, die gezondigd had, herinnerd zijnde aan zijne schuld, zijne zonde zou betreuren, en door getuige te zijn van het droevig tooneel, dat het onschuldige dier aan het altaar geslacht werd, zijne conscientie getroffen zou worden, daar hij voor Gods oordeelen had moeten vreezen. Daarbij was het ook Gods bedoeling het geloot te oelenen van alleu, opdat zij zouden leeren de toevlucht te nemen tot de verzoening, die door den beloofden Middelaar zou worden aangebracht. Eu tevens had ook de boete, die God toen aan de zondaren oplegde, hen behooren te beteugelen. Kortom, de offers hadden dit ten doel: het volk in toom te houden, opdat zij niet zoo licht en zoo gemakkelijk aan hunne neiging tot zondigen zouden toegeven. Maar wat deden de goddeloozen ? Zij spotten met God, en dachten, dat zij hun' plicht ten volle volbracht hadden, als zij een os of een lam offerden, terwijl zij zich dan daarna weer vrijelijk toegaven in hunne zonden.

Dusdanige grove onzin is zelfs door Heidensche schrijvers bespot geworden. Plato heeft van zulke offers gesproken op eene wijze, die aantoonde, dat zij, die door zulke beuzelingen God wilden tevreden stellen, volstrekt goddeloos waren, en in zijn tweede boek over de Republiek spreekt hij, alsof het zijne bedoeling was eene beschrijving te geven van het Pausdom. Want hij spreekt van het vagevuur, hij spreekt, van voldoeningen, en alles, waar de Papisten van heden ten dage mede aan komen, heeft Plato in dat boek duidelijk als volstrekt dwaas en ongerijmd in het licht gesteld. Toch heeft in alle eeuwen deze stellige meening geheerscht, dat de menschen zich bevrijd hadden uit de hand Gods, als zij het eene of andere offer brachten, zij verbeeldden zich dat dit eene vergoeding* of genoegdoening was.

Daarom klaagt thans de profeet over deze verdorvenheid. Zij eten, zegt hij, (want hij spreekt van eene voortdurende handeling,) de zonde Mijns volks en tot ongerechtigheid verheffen zij het hart van een iegelijk-, dat is: Als allen, de een na den ander, zondigen, dan wordt ieder gereedelijk vrijgesproken, omdat hij eene ruime gift brengt aan de priesters. Er is eene samenspanning van de priesters met het volk". Hoe zoo? De priesters waren de bondgenooten van roovers en grepen begeeiig naar hetgeen gebracht werd, en zoo hebben zij geen krijg gevoerd tegen de ondeugden, gelijk zij hadden behooren te doen, integendeel, zij drongen slechts aan op de noodzakelijkheid van offers te brengen : en het was hun genoeg, als de

Sluiten