Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willige aanbidding, — als de menschen dit doen en dat doen om God te vereeren, heeft dit voor hen een schijn van wijsheid, maar voor God is het niets dan een verfoeisel. Ongetwijfeld heeft de profeet het oog op die gewoonte, als hij zegt, dat de schaduw van den populier, of van den eik, of van den iepehooin cr0ed was, want de goddeloozen en de geveinsden verbeeldden zich dat hunne aanbidding Gode welbehaaglijk was, en dat zij de Joden overtroffen, die God slechts in éene plaats aanbaden . „Ons land is vol van altaren, en overal ziet het oog iets, dat aan God doet gedenken". Maar als zij nu gedacht hebben den hoogsten roem te hebben verkregen door hunne vele altaren, zegt de profeet, dat de schaduw wel goed was, maar dat zij slechts hoereerders behaagde, die hunne slechtheid niet wilden erkennen.

Daarna voegt hij er bij : Daarom zullen uwe dochters hoereeren, en uwe schoondochters zullen overspel doen; Ik zal uwe dochters en uwe schoondochters niet bezoeken. Sommigen verklaren deze plaats in dier voege, alsof de profeet gezegd had : ,/Terwijl de ouders afwezig waren, hebben hunne dochters en hunne schoondochters gehoereerd". Hetzelfde gebeurt ook heden ten dage, want er is geen grooter gelegenheid tot losbandigheid, dan gedurende pelgrimstochten; want als eene vrouw zich vrijelijk aan ontucht wenscht over te geven, dan doet zij eene gelofte van een pelgrimstocht; dan is ook een overspeler gereed om zich aan te bieden als geleider. En van den anderen kant, als een man dwaas genoeg is van her- en derwaarts te loopen, dan geeft hij aan zijne vrouw gelegenheid om zich aan losbandigheid over te geven. En wij weten ook, dat vele vrouwen op ongewone uren in de kerken komen voor eene afzonderlijke mis, maar dan zijn daar verborgen hoeken, waar zij zich aan allerlei uitspattingen overgeven. Wij weten, dat dit iets gansch gewoons is. Maar de profeet bedoelt toch iets anders, want God kondigt hier de straf aan, waarvan Paulus spreekt in het eerste hoofdstuk van zijn'brief aan de Romeinen, als hij zegt: vDaar de menschen de heerlijkheid Gods overgebracht hebben op doode dingen, zoo heeft hen God overgegeven in de begeerlijkheid hunner harten", zoodat zij mets weten te onderscheiden, en zich overgeven aan alles wat schandelijk is, en zelfs hun eigen lichaam veil geven.

Laat ons dan weten, dat wanneer Gode de rechtmatige en betamelijke eere niet wordt toegebracht, de welverdiende strat zal volgen, dat de menschen bedekt zullen worden met schande. Waarom? Omdat niets billijker is, dan dat God Zijne eere wreekt, als de menschen haar verderven; want waarom zou hun dan nog eenigerlei eere overblijven . Waarom zou God hen, integendeel, niet doen wegzinken in de

Sluiten