Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ligt opgesloten in de woorden : Zij willen hunne pogingen niet aanwenden, om zich tot hun' God te bekeeren ; want de profeet zou eenvoudig hebben kunnen zeggen: „om zich tot Jehovah", of //tot God" te bekeeren; maar hij zegt: tot hun' God, en hij zegt dit, omdat God zich gemeenzaam aan hen bekend had gemaakt, ja, hen als aan Zijne eigene borst had opgekweekt, alsof zij Zijne kinderen waren, en Hij hun Vader was. Zij hadden Hem verlaten, en waren afvallig geworden ; en was het nu niet vreemd, dat het volk, nu de Heere hunne trouweloosheid wilde bestraften, hunne ooren toestopten en hun hart verhardden tegen alle vermaning en onderwijs ? Hieruit zien wij hoe scherp deze bestraffing is.

Want de geest der hoererijen, zegt hij, is in het midden van hen, dat is : zij zijn zoo ingenomen met hunne eigene onreinheid, dat er geen schaamtegevoel, geene vrees onder hen is. Maar men moet in gedachten houden de reden van deze vergelijking, die ik ie voren reeds aangewezen heb. Gelijk als er in eene vrouw, die, hoewel zij ontrouw is aan haren echtgenoot, toch nog eenige ingetogenheid is, zoolang zij te huis blijft, ot in plaatsen vertoeft, waar zij met getrouwe en kuische vrouwen gerekend wordt, maar zoodra zij een bordeel binnentreedt en zich openlijk veil geeft aan allen, als zij weet, dat hare slechtheid algemeen bekend is, alle schaamtegevoel uitschudt, en ten eenenmale haar eigen karakter vergeet, zoo, zegt de Profeet, was de geest der hoererij in het midden des volks van Israël; alsof hij zeide: //De Israelieten zijn zóó doortrokken van hunne bijgeloovigheden, dat zij thans door geen eerbied voor God meer kunnen bewogen worden; zij kunnen niet op den rechten weg worden teruggebracht, want de duivel heeft hen van hunne zinnen beroofd, en alle schaamte atgeworpen hebbende, zijn zij als verfoeielijke lichtekooien geworden.

Daarna voegt hij er bij: Den Heere kennen zij niet. Door deze uitspraak vergoelijkt of verzacht hij de zonde des volks niet, integendeel hij doet er hunne ondankbaarheid te meer door uitkomen, daar zij hun' God hadden vergeten, die hen met zooveel toegeeflijkheid had behandeld. Daar zij door Gods hand waren verlost, daar zij het onderwijs der wet hadden, daar zij tot aan dien dag door Gods voortdurende goedertierenheid waren bewaard, was het wel een bewijs van gruwelijke ondankbaarheid, dat zij als in één oogenbik goddelooze vormen van aanbidding konden aannemen, die zij wisten door de wet veroordeeld te zijn. Het was voorwaar eene niet te verontschuldigen slechtheid van het volk om zich aldus van hun' God te verwijderen. Dat is de reden, waarom de profeet nu zegt, dat zij Jehovah niet kenden. En indien men hun naar

Sluiten