Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vandaar dat de Heere genoodzaakt is Zijn' dienstknecht met de hoedanigheid van heraut te bekleeden, of tenminste Zijn' dienstknecht beveelt herauten uit te zenden om overal, door het geheele rijk van Israël den oorlog uit te roepen. In eigenlijken zin was dit niet het ambt van een' profeet; maar wij zien, dat aan Ezechiël door den Heere was bevolen om een' tijd lang Jeruzalem te belegeren, — waarom ? Omdat geheel zijn onderwijs, nadat hij duizendmaal bedreigingen tegen de Joden had uitgesproken, vruchteloos is gebleven : toen heeft God er visioenen aan toegevoegd, die meer kracht oefenden om de menschen uit hunne verdooving op te wekken. Zoo doet nu ook Hoséa aan deze plaats. Laat de trompet schallen in Gibea, blaas de bazuin in Rama, en blaas op den horen in Beth-Aven ; want, gelijk wij gezegd hebben, God vervolgt Israël en zal hen niet tot rust laten komen ; opdat de Israelieten mogen weten, dat God niet te vergeefs dreigt, dat Hij geene ij dele vreesaanjaging gebruikt, maar dat het Hem ernst is als Hij de goddeloozen bestraft, en dat op de aankondiging der straf de voltrekking gewis volgen zal Evenzoo zegt ook Paulus : „Dewijl wij de overleggingen ter nederwerpen, en alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God, en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus; en gereed hebben hetgeen dient om te wreken alle ongehoorzaamheid". (2 Cor. 10 : 5, 6). Dewijl dan de goddeloozen deze tegenwerping plegen te maken, dat de profeten niets prediken dan woorden, getuigt Hoséa hier, dat hij de menschen niet te vergeefs verschrikt heeft, maar dat de gevolgen niet zouden uitblijven, tenzij zij zich met God verzoenen.

Daar wij dan nu bemerken wat het doel is van den profeet, zoo laat ons wèl zorg dragen, dat wij door het geloof den vrede aannemen, dien God ons dadelijks door Zijne boodschappers verkondigt. Want wat is het Evangelie anders dan hetgeen Paulus het verklaart te zijn ? ,/Zoo zijn wij dan gezanten van Christus wege", zegt hij, ,/alsof God door ons bade : wij bidden van Christus wege, laat u met God verzoenen'', (2 Cor. 5 : 20). Wij zien alzoo, dat alle Evangeliedienaren Gods herauten zijn, die ons tot vrede noodigen en ons verzekeren, dat God bereid is ons vergeving Ie schenken, zoo wij Hem van harte zoeken. Indien wij echter deze boodschap en dit gezantschap niet ontvangen, dan zal er een ontzettend oordeel voor ons overblijven, waarvan de profeet nu spreekt, en dan zal onze goddeloosheid dit ontzettend verderf over ons brengen. Alsof God dus nu oorlog verklaart aan al de goddeloozen en de verachters van Zijne genade, zegt de profeet, dat God gewapend is ter wrake.

En voorts : de profeet maakt hier ongetwijfeld melding van Gibea, Rama en Beth-Aven, omdat in die plaatsen groote bijeen-

Sluiten