Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eens Vaders, dan, voorwaar, toont Hij ons genadig te zijn ; maar als Hij noch bezoeking doet over onze zonde, noch ons eenig teeken geeft van Zijne gunst, dan schijnt Hij zich aan ons te onttrekken, en geen acht te slaan op ons leven. Nu verstaan wij, dat de profeet spreekt van den tijd der ballingschap, alsof hij zeide : Nadat God Zijn strengste oordeel aan u voltrokken zal hebben, en gij in ballingschap weggevoerd zult zijn, zal God u verlaten, alsof Hij zich in het geheel niet meer om u bekommerde, maar u vergeten had ; want daar zal Hij u laten blijven, n.1. in Chaldea en in Assyrië, en Hij zal u geen licht der verlossing zenden. God zal dus, als het ware, ledig nederzitten in den hemel''. Dit is ééne zaak.

Maar terzelfder tijd toont de profeet de eind-uitkomst, dat is : dat zij daarna weder zullen keeren tot den Heere, en hij verklaart ook, dat dit Gods bedoeling is. Totdat zij zullen erkennen, zegt hij, dat zij gezondk/d hebben. Want het is reeds de aanvang der genezing, als de menscheri de oorzaak hunner krankheid beginnen in te zien. Te voren had hij gezegd, dat Israël zijne krankheid zag, maar niet op de rechte wijze, want de oorzaak der krankheid was hem verborgen, en bleef hem nog verborgen. Naar nu toont de profeet duidelijk, dat het is God zoeken, als de menschen hunne zonden bekennen en belijden. Dit woord komt gedurig voor in de Schrift als er van offeranden wordt gesproken. Vandaar dat de menschen gezegd worden te zondigen 1) als zij voor Gods aangezicht komen met eene oprechte belijdenis, als zij hunne schuld erkennen en om vergeving bidden. Zoo zegt hij ook in deze plaats: „Totdat zij bekennen te hebben gezondigd, zal Ik Mij voor een' tijd verbergen.* En hij voegt er bij : Zij zullen Mijn aangezicht zoeken. Dit is de tweede zaak bij het verkrijgen van heil en verlossing — het zoeken van Gods aangezicht: want wij weten, dat wij door bekeering en geloof met God verzoend worden, niet dat het de bekeering is, die ons de vergeving teweegbrengt, maar zij is een noodzakelijk vereischte, (est causa sine qua non, ut locuuntur).

De eerste stap dus tot genezing, is, gelijk wij gezegd hebben, aangedaan te worden door smart, als wij bemerken, dat wij den toorn Gods over ons hebben opgewekt, en onze zonden ons dus mishagen. Maar hij, die aldus in eigen oog een zondaar is geworden, dat is : hij die begint zijn eigen rechter te zijn, moet daarna deze tweede zaak er bijvoegen — dat hij het

1) Die uitdrukking : te zondigen, is in dezen zin voor ons niet duidelijk. Een voornaam deskundige is van meening, dat Calvijn hier bedoelde te zeggen : ,/Vandaar dat de menschen gezegd worden zondaars te zijn geworden, n.1. in hun eigen oog, als zij voor Gods aangezicht komen met eene oprechte belijdenis, enz." Vert.

Sluiten