Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlossing Dog uitstellen; toch moet onze hoop niet verflauwen ; want God kan niet minder doode lichamen uit het graf opwekken, dan in één oogenblik het leven terug geven". Toen Daniël wilde toonen, dat de beproeving des volks van langen duur zou zijn, zeide hij : „na een' tijd, en tijden, en een halven tijd (Dan. 7 25). De wijze van spreken 1S verschillend, maar de beteekenis is gelijk. Hij zegt: „Na een tijd/' dat is : na een jaar, dat zou draaglijk zijn; maar er volgt op: ,,en tilden/; dat is : vele jaren. Daarna verkort God dit tijdsbestek, en brengt verlossing op een' tijd, toen zij het minst verwacht werd. Hoséa spreekt hier van twee jaren; omdat God Zijn volk niet voor één' dag wilde beproeven, maar hen, gelijk wij te voren gezien hebben, langzamerhand tot onderwerping wilde brengen ; want de halsstarrigheid des volks had zoo zeer de overhand genomen, dat zij niet zoo spoedig genezen kcmden worden, gelijk eene krankheid, die gedurende langen tijd als ingeworteld 'is, niet zoo op eens kan worden geheeld, maar langzaam werkende en verschillende geneesmiddelen behoett. Als een arts zou beproeven eene krankheid, die het geheele lichaam van een' mensch had aangetast, terstond en op eens weg te nemen, zou hij dien mensch stellig niet genezen, maar hem het leven benemen, zoo waren ook de Israeheten dooi hunne langdurige hardnekkigheid zóó ongeneeslijk geworden, dat zij door langzame kastijding tot bekeering moesten worden gebracht. Daarom zeiden zij: Na twee dagen zal God ons levend maken; en aldus hebben zij zich gesterkt in de hope op verlossing, hoewel die niet terstond voor hen aanbrak. Ofschoon zii lang in het duister bleven verwijlen, en de ballingschap, die zii ondergingen van langen duur was, hebben zij toch de hoop niet, opgegeven : „Het zij zoo, laten de twee dagen voorbiigaan, en de Heere zal ons levend maken/'

Wii zien, dat eene vertroosting gesteld is tegenover de verzoekingen, als God langer wacht met ons gunst te bewijzen dan ons vleesch begeert. Martha zeide tot Ghnstus . „Hij ne nu al, want hij heeft vier dagen aldaar gelegen". Zij vond het ongeriimd om den steen van het graf af te nemen, omdat het lichaam van Lazarus reeds tot bederf was overgegaan Maar Christus heeft zich toen verwaardigd om Zijne ongelootliike macht ten toon te spreiden, door een lichaam, dat reeds der verrotting was overgegeven, in het leven terug te roepen. Zoo zeggen ook hier de geloovigen - De Heere zal ons na twee dagen levend maken. Hoewel de ballingschap als het graf schijnt te ziin, waar ons vermolming wacht, toch zal de Heeie door Ziine onvergelijkelijke macht alles overwinnen, wat onze wederherstelling in den weg staat." Nu zien wij, naar ik geloo , de eenvoudige en ware beteekenis van deze plaats.

Sluiten