Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voren ook de priesters niet heeft gespaard. En deze fierheid betaamt allen Gods dienstknechten, zoodat zij alle hoogten ter nederwerpen, die zich verheffen tegen het Woord des Heeren ; gelijk tot Ezechiël gezegd werd : „Bestraf de bergen, en scheld de heuvelen" (Ez. 6:2; 36 : 1.) Hiervan geeft de profeet ons een voorbeeld, als hij de priesters vergelijkt bij roovers, en daarna koninklijke tempels een bordeel noemt. Jerobeam had een' tempel gebouwd, waarin hij dacht, dat God op de beste wijze vereerd en aangebeden zou worden; maar dit, zegt de profeet, is een bordeel, dit is vuile hoererij.

Dan voegt hij er bij : Ook heeft Judo, eene planting voor U gezet. Om dit hoofdstuk te eindigen, zal ik kortelijk bij dit vers stilstaan. De uitleggers stellen het aldus voor: „Ook Juda hebt gij u tot een' oogst gezet" ; maar het werkwoord staat in den derden persoon : het kan dus niet anders overgezet worden dan door: „Ook Juda heeft gezet." Zij, die het in den tweeden persoon overzetten : „Gij hebt u een' oogst gezet" ontleenen daar deze beteekenis aan : „Ook gij, Juda, dien Ik Mij verkoren heb, hebt u een' oogst gezet; want gij zaait goddeloosheid, welke vrucht gij hiernamaals plukken zult", maar dit is gewrongen. Daar nu het woord in het Hebreeuwsch

niet slechts „oogst" beteekent, maar ook '„eene plant", kan het aan deze plaats met recht aldus overgezet worden : Ook heeft Juda, toen lk de gevangenschap Mijns volks wendde, zich eene plant gezet; dat is: hij heeft zijne eigene goddeloosheid verbreid. God spreekt hier inderdaad tot de Israelieten, en klaagt over Juda; want wij weten, dat de Joden voor den Heere bleven, toen de tien stammen zich afscheidden. Deze afval der tien stammen heeft den Godsdienst onder het geheele volk niet gansch en al te gronde gericht. De zuivere aanbidding Gods, ten minste wat den uitwendigen vorm betrof, bleef te Jeruzalem. Niet zonder oorzaak klaagt de Heere dus hier over Juda. Te voren had Hij gezegd : „Juda zal verlost worden door den Heere zijn' God", maar nu zegt Hij: „Ook Juda heeft zich eene plant gezet" ; dat is : bijgeloovigheden zijn reeds wijd en zijd onder geheel Israël ontstaan, zij worden in alle hoeken des lands gevonden, en nu verbreidt ook Juda zijne plant, want hij trekt de Israelieten tot zich" ; er is dus eene nieuwe verspreiding, en dit geschiedt terwijl ik de gevangenschap Mijns volks wend; dat is: terwijl Ik Mijn volk uit de verstrooiing zoek weder te brengen.

In één woord, God toont hier, dat geen enkel deel van het geheel meer gezond was. Als iemand de genezing onderneemt van een krank lichaam, en er ten minste sommige dingen van gezond ziet, dan heeft hij hoop een geneesmiddel te kunnen aanwenden; maar wanneer zelfs geen vinger meer gaaf of

Sluiten