Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getoond, dat de onreinheid des kwaads zich overal had verspreid ; maar nu verhaalt hij op wat vreemde wijze de koning en zijne hovelingen heerschten. Daarom zegt hij •. De dag onzes konings t De vorsten hebben hem krank gemaakt; dat is: zóó onmatig was de wijnroes, dat de koning zelf krank werd door onmatig drinken, en zijne hand uitstrekte tot spotters. Kortom : de profeet bedoelt, dat leden der regeering in het rijk van Israël zóó verdorven waren, dat in het paleis des konings geen acht meer werd geslagen op betamelijkheid, en geene schaamte meer werd gevoeld.

Door „den dag des konings'' verstaan sommigen zijn geboortedag; en wij weten dat het een zeer oude gewoonte was, zelfs onder het gewone volk, om hun geboortedag te vieren. Anderen denken dat er zijn kroningsdag mede bedoeld is, en dat is waarschijnlijker. Sommigen houden het voor het begin zijner regeering; maar dat schijnt gewrongen. De dag onzes konings ! dat is : ,/Onze koning is thans gezeten op zijn' troon ; hij heeft de regeering des rijks nu aanvaard ; laat ons dan feestvieren met maaltijden en overvloedig eten en drinken." Die zin voegt wel; maar ik weet niet, of men het dan een dag kan noemen ; en hij noemt het de dag des konings. Nog andere uitleggers verklaren het aldus : Op den dag hebben de vorsten den koning krank gemaakt" ; maar ik scheid den zin aldus in twee deelen : De dag des konings ! de vorsten hebben hem krank gemaakt.

Het was voorzeker niet zondig, of laakbaar om jaarlijks den kroningsdag te vieren ; maar daarbij had dan de koning zich zeiven en anderen moeten opwekken om Gode te danken; Gods goedertierenheid, waardoor Hij het rijk in veiligheid had behouden, had bij het einde des jaars herdacht behooren te worden ; ook had de koning God moeten bidden om den geest der wijsheid en der kracht voor de toekomst, opdat hij zijn ambt naar behooren zou kunnen vervullen. Maar de profeet toont hier, dat er toenmaals niets gezonds was in den staat; want zij hadden hetgeen op zich zelf goed en nuttig was in grof misbruik verkeerd. De dag dus van onzen koning — hoe wordt hij doorgebracht? Smeekt de koning ootmoedig Gods genade at, als hij iets gedaan heeft, dat zijn' staat of ambt onwaardig is ? of zoo hij in eenigerlei opzicht heeft overtreden ? Brengt hij Gode dank toe, die hem tot nu toe had ondersteund ? Niets van dit alles ; de vorsten geven zich over aan onmatigheid, en sporen ook den koning tot onmatigheid aan ; ja zij laten hem zoo onmatig drinken, dat zij hem krank maken. Dit alzoo, zegt hij, is hunne wijze van handelen ; in het paleis des konings is thans niets koninklijks meer, ja zelfs niets menschwaardigs meer ; want als dieren geven zij zich over aan dronken-

Sluiten