Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de nachtelijke rust (van den bakker) het vuur niet verhinderd heeft den oven heet te maken, als er eene genoegzame hoeveelheid brandstot in gedaan is, en de bakker zijn oven zoo gevuld heeft, dat het vuur noch uitgebluscht, noch langzamerhand verdoofd kon worden. Heeft de bakker aldus eene hoop houts in orde gemaakt, dan kan hij gerust slapen, want het vuur blijtt branden tot aan den morgen. Nu zien wij de bedoeling van den profeet.

Zij hebben listiglijk hun hart bereid, zegt hij, dat is : hoewel zij niet terstond hunne goddeloosheid lieten blijken, hebben zij toch te voren hun hart bereid, gelijk de oven aangestoken wordt, of de oven heet wordt gemaakt, vóórdat het brood bereid is ; ja er is niet zooveel gedoe, niet zooveel rumoer noodig, als de bakker zijn' oven aanmaakt, want hij legt het hout klaar, en dan begeeft hij zich ter ruste, en intusschen, terwijl hij den ganschen nacht slaapt, brandt het vuur. Zoo hebben ook zij, ofschoon niet allen hunne goddeloosheid bemerken, intusschen hun hart heet gemaakt als een oven; dat is: gedurende langen tijd, en trapsgewijze hebben zij booze daden uitgedacht, eer zij die daden in het openbaar verricht hebben.

Hieruit zien wij, dat dit beeld van een' oven hier door den profeet in anderen zin gebruikt wordt dan te voren, en hierop moet gelet worden, want de uitleggers zien dit gansch en al voorbij, alsof de profeet in beide plaatsen hetzelfde had bedoeld. Want blijkbaar is de beteekenis geheel verschillend. Want eerst bedoelt hij slechts de waanzinnige lusten te bestraffen, die in hen brandden ; maar nu spreekt hij van hunne listen en lagen en verborgene bedriegerijen: te voren toonden de Israelieten zich openlijk als te zijn goddeloos en slecht, maar nu waren zij alleen slecht in Gods oog. Hoe zoo P Omdat zij nu waren als een oven, die in den nacht aangestoken is; want gelijk de bakker, na de deur van zijn huis gesloten te hebben, het vuur er in doet, terwijl niemand er iets van merkt, dat de oven heet wordt gemaakt, zoo heeft ook het volk hunne boosheid gevoed en onderhouden in het oog van God ; daarna is zij openlijk uitgebroken, zoodra de gelegenheid er zich toe aanbood.

7. Zij zijn al te zaraen verhit als een bakoven, en zij verteren hunne rechters ; al hunne koningen vallen ; er is niemand onder hen, die tot Mij roept.

De profeet herhaalt wat hij te voren gezegd heeft, nl. dat de Israelieten vervoerd waren door een dolzinnigen ijver voor hunne bijgeloovige en goddelooze praktijken, en door geenerlei middelen

13

Sluiten