Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heb ik hier niets tegen ; daar echter het rededeel vj gewoonlijk als oorzaak aanduidend gebruikt wordt, geef ik er devootkeur aan het aldus te verklaren : „Hoewel zij roepen op hunne legers, heffen zij toch hunne stem niet op tot God".

Dan vol°*t : Om koren en most verzamelen zij zich, ot zullen zii zich verzamelen. Deze plaats wordt op tweeërlei wijze uitgelegd. Sommigen denken, dat de Israelieten hier zijdelings bestraft worden, daar zij, wanneer zij koren en most op de markt gevonden hebben, hunne wenschen nu verkregen hebbende, onbezonnen voort zondigden, en God verachten, alsot zii Zijne hulp nu niet meer noodig hadden. Zij kwamen dus bijeen voor wijn en koren, dat is : zoodra zij hoorden van wijn en koren, voorzagen zij zich van voorraad, en daarna veronachtzaamden zij God. Maar die uitlegging schijnt te onbeduidend en gewrongen. Ik twijfel niet, of de profeet stelt het bijeenkomen, waarvan hij spreekt, tegenover het bijeenkomen tot waar en oprecht gebed, alsof hij zetde : „Zij gevoelen e geene smart over, dat zij tegen Mij overtreden hebben, hoewel zii uit onmiskenbare teekenen zien kunnen ; dat Ik misnoegd op hen ben : zij geven noch om Mijne gunst, noch om Mijn misnoegen, zoo zij slechts overvloed hebben van koren en wijn, is hun dit genoeg, overigens is het hun om het even ot I hun tegen ben, of hun genadig ben." Dit komt mij voor de

ware bedoeling te zijn van den profeet.

Maar opdat deze bestraffing ons nog duidelijker worde, moeten wij acht geven op hetgeen Christus leert, nl. dat wij m de eerste plaats het koninkrijk Gods moeten zoeken. Want de menschen doen vreemd, als zij met zooveel zorg en inspanning alleen voor dit leven arbeiden, en er slechts op uit zijn om zichivoedse_te verschaffen en hetgeen noodig is om de behoeften van het vleesch te voldoen. Daar beginnen wij altijd mede. Toch is het al een zeer onnadenkend bezorgd zijn, als wij zoo bijzonder acht geven op een broos leven, en mtusschen het koninkrijk Gods veronachtzamen. Dewijl de menschen d°°r dit veikeeide rjevoel de gansche orde van den Godsdienst omkeeten, too de profeet hier dat de Israelieten niet waarlijk en van haite tot God riepen, daar zij zich alleen maar bekommerden om wijn en koren ; want behalve wanneer zij h°ngerhadden verachtten zii God, en lieten Hem maar rustig in den hemel blijven : vandaar dat slechts armoede en gebrek hen drong..Gelijk redelooze dieren naar het voeder gaan, als zij honger hebben, maar niet door den Heere gespijzigd zoeken te worden, zoo deden ook de Israelieten als zij gebrek voelden, maar mtusschen waren zij dan bevredigd, met koren en wijn, want een anderen God hadden zij ook niet. Vandaar dat zij zoo neperdat hunne stem niet tot God kwam, daar zij ook niet werkehj

Sluiten