Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dewijl zij dan zoo mild zijn met ijdele beloften, zegt de profeet, dat de Israelieten geene reden hadden om op eenigerlei uitkomst te hopen in hunne benauwdheid. Hunne vorsten'zullen dus vallen; en door te zeggen „vorsten" neemt hij een deel voor een geheel, want God dreigt de vorsten niet en kondigt hun verderf niet aan op zulk eene wijze, alsof Hij voornemens was het gewone volk te sparen ; maar Hij geeft te kennen, dat de verwoesting over allen zou komen, en dat zelts dé vorsten er niet aan ontkomen zullen. Wij weten, dat wanneer in den oorlog een groote slag wordt geleverd, de gemeene soldaten in grooten getale sneuvelen, en slechts weinio- van de aanvoerders. Maar God zegt hier: „Ik zal de geheele bloem des volks wegnemen. En indien geen der vorsten overblijft, hoe zal het dan gaan met het gemeen, dat van geenerlei belang of waardij wordt geacht?" „De vorsten zullen dus vallen door het zwaard.

Dan voegt hij er bij : Vanwege den hoogmoed hunner tonq. Sommigen verklaren deze woorden in bedrijvenden zin, alsof de profeet gezegd had, dat zij door hunne lasteringen' Gods toorn hadden opgewekt, maar ik acht veeleer, dat hun hoo°snoeven bedoeld wordt: Vanwege den hoogmoed hunner tonq zegt hij, zullen zij vallen ; dat is, omdat zij hooghartig roemden op hunne kracht, en voor alle profetiën niets dan minachting toonden, omdat zij hunne lasteringen tegen God durfden uitbraken, en ook, niet minder halsstarrig dan hoogmoedig, hunne eigene goddelooze en verdorven vormen van Godsvereerine durfden verdedigen, zegt Hij : Ik zal wrake doen over „dezen hoogmoed". Wij zien alzoo, dat „hoogmoed" hier genomen moet worden voor de minachting, die de goddeloozen door hun snoeven aan den dag leggen, gelijk elders gezegd is: „Zii zetten hun' mond tegen den hemel", (Ps. 73 : 9).

Dit zal hunne bespotting zijn in Egypteland. Daar de Israelieten steunende op het gevloekt verbond, dat zij met de Egyptenaren hadden gemaakt, in hunne halsstarrigheid jegens" God volhardden, zegt Hij : „Ik zal hen blootstellen aan bespottin°onder hunne bondgenooten: zij snoeven op de macht van Egypte: zij wanen zich buiten gevaar, daar zij oogenblikkeliik de Egyptenaren te hulp kunnen roepen, indien iemand zich tegen hen mocht stellen, of indien een vijand in hun land zou vallen. Dewijl zij dan hun vertrouwen zoo zeer op Egypte stellen", zegt Hij, „zal Ik maken, dat de Egyptenaren hen niet verachting zullen aanzien ; en zij zullen niet slechts schandelyk zijn in de oogen van hunne mededingers, of van hunne benijders, maar ook in de oogen der vrienden, op wie zii zich beroemen. Ik zal hen aan allerlei smaad overgeven onder hunne liefhebbers". Gelijk wij te voren reeds gezien hebben,

Sluiten