Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van God daartoe, en toen zij zich een' nieuwen tempel en altaar bouwden in tegenspraak met hetgeen voorgeschreven was in de wet, en toen zij het priesterschap verdeelden en verbrokkelden, was dit dan geen duidelijk bederf; was het niet eene verloochening van den Godsdienst? Het was dus blijkbaar, dat de Israelieten in beiderlei opzicht afvalligen waren, want zii hebben op tweeërlei wijze God verlaten, — ten eerste, door zich af te scheiden van het huis van David, —en daarna door een vreemden eeredienst in te voeren, dien God in Zijne

wet niet had geboden.

Aangaande het eerste zegt, Hij: Zij hebben doen regeeren maar niet door Mij; zij hebben eene regeering ingesteld, en Ik kende het niet; dat is: zonder Mijne toestemming; want God wordt gezegd niet te kennen of te weten, wat Hij niet goed keurt, of hetgeen, waaromtrent Hij niet geraadpleegd is. Maai nu zou iemand de tegenwerping kunnen maken, dat God het nieuwe koninkrijk wèl kende, daar Hij er de Stichter van was Het antwoord hierop is, dat God zóó werkt, dat dit voorwendsel de goddeloozen niet verontschuldigt, daar zij gansch wat anders op het oog hebben dan Zijne raadsbesluiten uit te voeren- Bij voorbeeld! God wilde het geduld van Zijn' dienstknecht Job op de proef stellen ; waren daarmede nu de roovers verontschuldigd, die zijn eigendom wegnamen ? Geenszins. Immers, wat was hun doel? Was het niet zichzelven door onrechtvaardigheid en roof te verrijken? Daar zij dus hun eigen voordeel beoogden ten koste van een ander, en onrechtvaaidigliik een' man beroofden, die hen nooit had benadeeld, waren zii niet te verontschuldigen. Intusschen heett de Heere Zijn voornemen door hen ten uitvoer gebracht, evenals door !letgeen Hii reeds aan Satan had toegelaten te doen. Hij wilde, gelijk gezegd is, dat Zijn dienstknecht beroofd zou worden, en Satan, die zijn' invloed op de roovers uitoefende, kon, zonder de toelatino- Gods, ja, zonder dat het hem geboden was, ze f geen vinger verroeren. Intusschen had de Heere met de goddeloozen niets gemeen, want Zijne bedoeling was zeer ver verwijderd van hunne verdorvene begeerlijkheid. Dit 3 ie

geen hier door den profeet gezegd wordt. Omdat God ba'o«>

wilde straffen, heeft Hij de tien stammen afvallig doen wordem

Wèl heeft Hij Salomo tot aan het einde zijner dagen laten regeeren, en heeft Hij hem het bestuur over het rijk laten behouden ; maar Rehabeam, die hem opvolgde, verloor de tien stammen. Dit gebeurde niet bij geval; want God had het aldus verordineerd; ja Hij had gezegd, dat het alzoo zv)n w>u Hij zond Ahia, den Siloniet, om het koninkrijk aan te bieden aan Jerobeam, die aan zoo iets nooit gedacht had. God heelt dus door Zijn' verborgen raad het aldus geleid, dat de tien

Sluiten