Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met aan allen de gunst, die ons toebedeeld is door liet licht

, fVangehes- ónderen wandelen in duisternis, het licht des evens woont alleen onder ons: toont God dus niet rUi h • bijzonder welbehagen in ons heeft? Maar als wij nu dezelfden blijven, die wy geweest zijn, en als wij Hem ierwernen en onze helde overdragen op anderen, of liever, als onze lusten

ons van Hem doen afdwalen, is dit dan geene verfoeieliike boosheid en verkeerdheid? venoeielyke

Maar het is ook opmerkelijk, dat de nmfot r,0irt j . •• • 7 "1-ZtllZIiïl(e*d4"to7°i" '"i rethoog' h°""e 'DisdaaTdÓo^

IL-ZZtZ, = 2S

gansch openbaar was. De biie-eloovio'hpdpn et land van Moab hecchtcn!

maai Satan had hunne zinnen zoo betooverd dit -/ii i b '

eene ,ev ij2e mT^SLSJSkX

Laat ons dan weten, dat onze zonde in zulk een geval deT te ^weggedaan, ot door'Sn^wJïSjSfvo'flaS

schaamte we^hotLn' hïïden" Sn ^Len^^gtl,;/' 1?°^

" °°k

11. Aangaande Efraïm, hunlieder heerlijkheid zal wegvliegen als een vogel; van de geboerte, en van moeders buik, en van de ontvangenis af. 12. Ofschoon zij hunne kinderen moeten groot maken, Ik zal er hen toch van betooven, dat zij onder de menschen niet zullen zijn - want ook, wee hun, als Ik van hen geweken zal zijn '

bri„Ht;:™ Sb «s.»

heerlijkheid is gedode,. Efraïm moet op zieh zelT It.,T of ^

ïsu ÏThT B

bedoelt hij ongetwijfeld zij? „atlt,^ 5Yr*° ^TJÏT1"' voor het geheel «luit hij daarbij in ai wat Tn rijkdom, «Tof

Sluiten