Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij dachten, dat het hun beste voorwendsel was, om aldaar hunne offers te brengen tot Gods eer, daar dit van ouds her eene gewijde plaats is geweest. Te voren had hij gezegd, dat zij zich altaren hadden vermenigvuldigd om te'zondigen; en „fiM ®ze,a!^n hn"ne zonden toe te geven ; nu herhaalt hij hetzelfde doch in andere bewoordingen. Al hun kicaad zegt hij is (tilgal j alsof hij zeide: „Zij dringen mij voorwaar \ hunne offers op, die zij te Gilgal offeren, en denken, dat zij daarmede al hunne boosheid kunnen verontschuldigen, ik zou hun wellicht vergiffenis schenken, indien zij zich aan roof en plundering overgaven, of indien zij valsch en bedriegeliik waren, mits dan de zuivere Godsvereering onder hen in °stand ware gebleven, en de Godsdienst niet verdorven ware geworden * daar zij echter alles veranderd hebben wat Ik in Mijne wet heb geboden, en deze vermaarde plaats tot den zetel hebben genaakt van de onbeschaamdste goddeloosheid, zoodat zij, als het ware, een bordeel is geworden, waar de Godsdienst veil wordt gegeven, is het duidelijk, dat al hunne boosheid te Gilgal is."

Iet is zeker, dat het volk zich ook aan andere misdaden schuldig maakte: maar het woord al moet genomen worden voor het voornaamste. De profeet spreekt vergelijkende!wijs, niet eenvoudig en kortweg, alsof hij gezegd had, dat dit bederf om te Gilgal offeranden te offeren verfoeielijker was in het oog van God dan overspel, of roof, of bedriegerijen, of onrechtvaardig geweld, of welke andere misdaad ook, die onder hen heerschte Al hun kwaad was dus te Gilgal. Maar waar-

hHLi P- u sPreekt> heb ik onlangs verklaard, nl. dat

hif K°°7gln m^t hunne eiSen bedenkselen aankomen, als God nen bestraft: „O maar wij nemen toch zooveel godsdienstplech-

Maar T "h*" Dlt voeren ziJ aail> bij wijze van vergoeding.

door' deze t0°ni laD' dat Hij zwaai'der beleedigd wordt

oor deze bygeloovigheden, waarmede de geveinsden zich bedekken als met een schild, dan met een leven dat van allen godsdienst ontbloot is : want „deze heb Ik gehaat", zegt Hij, „om de boosheid hunner handelingen".

W e(^erom veroordeelt de profeet hier datgene wat door de J ais hun"e bijzondere heiligheid beschouwd wordt.

W ie kan de geveinsden ook tot de overtuiging brengen, dat hunne

is^eDJa Til26 van, Godsvereering het grootste verfoeisel

is. Ja, zij verheffen zich er op, en verbeelden zich als enge-

dif1 „L!''13' ?•", efkken,als bet 7are al hunne boosheid met dat als\ff f1 r|WIJh ^ de.PaPisten waarnemen, die denken, uUwrWhtA hunne menigvuldige missen en andere zelf-

heid m ^odsvei'eerinS opdringen, allerlei boos¬

heid en goddeloosheid daarmede verzoend is. Dewiil dus de

geveinsden een mom voor God plegen aan te doen, en S te

Sluiten