Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van die naamsverandering opgegeven. Jerobeam kon wel aan den eeredienst, dien hij goddelooslijk had ingevoerd, een'schoonen schijn gegeven hebben door het voorwendsel, dat God te dezer plaatse aan Jakob verschenen was, en wij weten ook, dat de naam er aan gegeven werd door God; daar het volk intusschen van het voorbeeld des aartsvaders een slecht gebruik had gemaakt, werd de plaats Beth-Aven genoemd. Beth-Aven beteekent huis der ongerechtigheid, alsof de profeet gezegd had : „God woont niet te dezer plaatse, zooals de bijgeloovige inenschen denken, want zij is verdorven door goddelooze aanbidders." Daarom zegt hij : „De hoogten van Beth-Aven" ; dat is, der goddeloosheid. Maar het kan nuttig zijn hier te herhalen, wat wij te voren gezegd hebben, namelijk, dat de menschen, als zij afwijken van de zuivere leer van God, te vergeefs hunne ontheiliging met klinkende namen bedekken, gelijk wij zien dat, de Papisten heden ten dage doen, want zij versieren de ontheiliging, de mis, inet den naam van Sacrament, alsof zij daar iets mede gemeen had ! Zij willen zelfs hunne mis beschouwd hebben als het Heilig Avondmaal, alsof het in hunne macht stond af te schaffen of op te heffen wat door den Zone Gods werd voorgeschreven en ingesteld, en er hunne eigene bedenkselen voor in de plaats te stellen. De Papisten kunnen dus wel aan hunne heiligschennis schoone, eervolle namen geven, maar zij richten er niets mede uit. Waarom niet? Omdat God betreffende Bethel luide uitroept, dat het Beth-Aven is; en de reden is wel bekend, omdat Jerobeam tempels oprichtte, en nieuwe offers verordende, zonder Gods gebod. Als de menschen afwijken van het Woord des Heeren, dan zal het hun niet baten hunne droomerijen te verbloemen, want de Heere schenkt Zijne goedkeuring aan niets anders dan aan hetgeen Hij zelf geboden heeft. Daarom zijn de hoogten van Beth-Aven verdelgd, of zullen zij „verdelgd worden".

vDe zonde van Israël", voegt hij er bij. Deze bijgevoegde zinsnede behoort bij de vorige. Bedoeld is, dat de zonde van Israël zal verdelgd worden. Maar, gelijk gisteren gezegd is, de Israelieten dachten een' Gode wel behaaglijken dienst te verrichten, daarom waren zij zoo ijverig in het waarnemen van hunne godsdienstplechtigheden; God, daarentegen, noemt ze zonde. Waarom? omdat het heiligschennis is en afgoderij, als de menschen Gods gebod niet volgen, maar zich aan hunne inbeelding en hunne verzinselen overgeven. Wij moeten dus begrijpen, dat het niet in de macht staat van menschen om vormen van aanbidding, die hun behagen, te maken, en evenmin staat het aan hen om te beslissen of deze of die Godsvereering wettig of onwettig is; wij hebben slechts te letten op hetgeen de Heere zegt. Als daarom de Heere datgene, wat ons

Sluiten