Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dikwijls vermaand te zijn geworden, zich toch niet hadden gebeteid. Dan verhaalt hij hoeveel God te voren gedaan had, om hen tot een' beteren gemoedstoestand te brengen, want het is Zijn voortdurend onderwijs geweest: Zaait u gerechtigheid, maait naar die verhouding weldadigheid, of naar de evenredigheid der weldadigheid ; ploegt u eene ploeging, het is de tijd om den Heere te zoehen. Ofschoon het volk deze woorden dagelijks hoorde, hunne ooren er schier door verdoofd werden, hebben zij zich toch niet ten goede veranderd, zich niet volgzaam betoond, ja, hij zegt, dat zij als het ware met opzet goddeloosheid ploegden, en ongerechtigheid oogstten; daarom hebben zij de vruchten der leugen gegeten, want zij weerstonden de rechtvaardige straffen, of verzadigden zich met leugen en verraad. Nu verstaan wij de bedoeling van den profeet. Ihans zal ik in bijzonderheden treden.

Zaait u gerechtigheid. Hij toont aan dat het heil, de behoudenis van dit volk niet door God veronachtzaamd was geworden ; want Hij had eene poging gedaan om te zien, of zii genezen konden worden. Het middel bestond daarin, dat aan het volk bekend werd gemaakt, dat God met hen verzoend zou worden, indien zij zich der gerechtigheid wijdden. De Heere bood hun Zijne gunst aan: „Keert slechts tot Mij weder; want zoodra het zaa,d der gerechtigheid door u gezaaid zal zijn, zal de oogst bereid worden, een loon voor u worden weggelegd ; dan zult gij oogsten naar uwe weldadigheid".

Viaagt men nu of het in de macht der menschen is om gerechtigheid te zaaien, dan is het antwoord gereed, namelijk, at de profeet hier niet verklaart hoe ver de macht der menschen w '"aar wat van hen geëischt wordt dat zij doen zullen. Want hoe komt het, dat Gods vloek ons dikwijls overstelpt, indien met daarom, dat wij zaad zaaien, dat gelijksoortig is voortbrengsel? dat is: God betaalt ons waf wij verdiend ebben. Dat is het dus, wat de profeet aantoont, als hij zegt: „Zaait u gerechtigheid". Hij toont aan, dat het hunne schuld was, dat de Heere hen niet vriendelijk en milddadig koesterde, op vaderlijke wijze; het was omdat hunne goddeloosheid het, Hem niet toeliet.

En de profeet spreekt slechts van de plichten van de tweede tafel der wet, gelijk de profeten doen, als zij de menschen vermanen om zich te bekeeren. Zij beginnen dikwijls met de tweede tafel der wet, omdat de verkeerdheid der menschen in betrekking daarvan het meest uitkomt, en zij dus lichter van hunne schuld overtuigd kunnen worden.

ü.iai ik erken, dat hetgeen hij er later bijvoegt Ti» ploeg de ploeging niet op de rechte plaats is ; toch is er niets ongerijmds in : want na hen vermaand te hebben om te ploegen,

Sluiten