Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tigheid te zaaien, — wat hebt gij gezaaid ? Goddeloosheid ; en toen hebt gij ongerechtigheid geoogst. Sommigen denken, dat hier gewezen wordt op de straffen, die het volk zou hebben te dragen, alsof de profeet gezegd had : ,/God heeft u eene opbrengst gegeven, die overeenkomt met wat gij gezaaid hebt; dus zijt gij verzadigd van leugen — dat is: met uw eigen valsch vertrouwen". Maar hij schijnt veeleer denzelfden gedachtengang te volgen, en te zeggen, dat zij goddeloosheid hadden geploegd — dat is, dat zij van den beginne af goddeloos waren geweest; en vervolgens, dat zij ongerechtigheid hadden geoogst — dat is: dat zij tot aan den oogst toe in hunne goddeloosheid hadden volhard, hunne vruchten als het ware in eene graanschuur hadden opgelegd, teneinde zich met valschheid te voeden en te verzadigen. Ik denk, dat het in dien zin was, dat de profeet gesproken heeft; maar de keuze der beteekenis moet voor ieder vrij blijven. Ik toon slechts aan, wat mij het meest gepaste schijnt te zijn.

Want nu volgt: Want gij hebt vertrouwd op uicen weg, op de veelheid uwer helden. Hier wijst de profeet op de voornaamste bronwel van alle zonden; want, vertrouwende op hunne eigene raadslagen, leenden zij het oor niet aan het Woord Gods; en, versterkt zijnde door hunne eigene kracht, vreesden zij Zijne oordeelen niet, en namen zij ook de toevlucht niet tot Zijne beloofde bescherming. Deze hoogmoed wordt dus hier niet zonder reden door den profeet de voornaamste bron van alle zonden genoemd. Want, als iemand zijne eigene wijsheid mistrouwt, of, in de bewustheid zijner zwakheid, vreeze koestert, dan kan hij gemakkelijk tot onderwerping worden gebracht; maar als des menschen hart door hoogmoed is ingenomen, zoodat hij zichzelven wijs acht, dan zal raad noch onderwijs iets op hem vermogen. Evenzoo is het wanneer iemand zijne eigene kracht roemt, en opgeblazen is van hoogmoed, dan kan men, al wordt hij ook honderd maal vermaand en gewaarschuwd, niets bij hem uitrichten. De pro feet duidt hier dus de leugen, de goddeloosheid en de ongerechtigheid aan, waarvan hij had gesproken. Want, hoewel het volk op velerlei wijze zondigde, was de bron en oorzaak in deze leugen, of valschheid gelegen, dat zij hunne eigene kracht stelden tegenover God, en zich zoo zeer begaafd waanden met wijsheid, dat zij geene leeraars noodig hadden. Dewijl dus het volk zoo zeer door hoogmoed verblind was, toont de profeet hier, dat het deze leugen was, waarmede zij zich hadden gevoed. Nu volgt: —

Sluiten