Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heb hun spijze gebracht"* Sommigen denken dat het werkwoord (den toekomenden tijd staat, en dat genomen is voor J dat is : Ik ®al hen doen eten ; en dat de toekomende tijd opgelost moet worden in den verleden tijd, en het is zeker dat het woord soms rustig beteekent. Dan zal het wezen : „Ik heb hen rustig doen eten." Eene andere verklaring is echter meer algemeen aangenomen, daar het woord ftN afgeleid is van ,-[£» verheffen, is het hetzelfde alsof de profeet gezegd had, dat hun voedsel hun gebracht werd.

Op verschillende wijze wordt de ondankbaarheid en boosheid des volks sterker in het licht gesteld, omdat zij Zijne vaderlijke goedheid niet hadden erkend, toen Hij toch zelf Zijne gunst hun op zoo vriendelijke wijze voor oogen had gesteld; lk heb, zegt Hij, hun hun voedsel toegereikt-, dat is: „Ik heb het niet ter aarde geworpen, noch het te hoog voor hen geplaatst; zij hadden geene moeite te doen om er bij te komen ; Ik heb het hun, als het ware, met Mijne eigene hand voorgezet, opdat zij zonder moeite zouden kunnen eten". In één woord : God verklaart, dat Hij alles beproefd had, om te ontdekken, of er eenigerlei leerzaamheid en volgzaamheid was in het volk van Israël, maar dat Hij al Zijne zegeningen slecht geplaatst had, want dit volk was blind voor al die vriendelijke gunsten, en waaruit zoo duidelijk bleek, dat God zich in elk opzicht als een Vader jegens hen had betoond. Nu volgt:

5. Hij zal in Egypteland niet wederkeeren, maar Assur, die zal zijn koning zijn : omdat zij zich weigeren te bekeeren.

De profeet kondigt hier eene nieuwe straf aan, nl. dat het volk te vergeefs hoopte, dat Egypte hun een toevluchtsoord zou wezen, want de Heere zal hen elders heenvoeren. Want de Israelieten hadden de hoop gekoesterd, dat, mochten de Assyriërs hun te sterk zijn, er toch een goed en geschikt toevluchtsoord voor hen zou overblijven in Egypte onder hunne vrienden, met wie zij een verbond hadden gesloten. Daar zij zich dus met eene gastvrije ballingschap in Egypte vleiden, toont de profeet hier aan hoe ijdel deze hunne verwachting is „In die hoop", zegt hij, „dat zij een open weg zullen vinden naar Egypte zal het volk teleurgesteld worden. Die weg is \ooi hen gesloten". Zij zullen niet naar Egypteland, terugkeeren, zegt hij, maar de Assyriër zal hun koning zijn. Door te zeggen, dat de Assyriër over hen zal heerschen bedoelt hij, dat het volk door Assyriërs in ballingschap zal gaan, en zoo is het ook gebeurd. Hij snijdt hier dus alle ijdele hoop af, waar-

Sluiten