Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die eene reden volstond reeds om hen te veroordeelen, dat zij zich door vreemde hulp wilden versterken, terwijl God toch bereid was hen als het ware onder Zijne vleugelen in te sluiten. Telkenmale als wij door onwettige middelen ons zeiven willen helpen, is dit hetzelfde, alsof wij God verloochenden; want hij roept en noodigt ons onder Zijne bescherming te komen ; maar als wij in onze gedachten her- en derwaarts gaan, en naar ijdele hulp uitzien, dan onteeren wij God : het is als het ware, naar Egypte of Assyrie te vluchten. En op die wijze inoet de leer van dit vers worden toegepast. Nu volgt:

2. Ook heeft de Heere een' twist met Juda, en Hij zal bezoeking doen over Jakob naar zijne wegen, naar zijne handelingen zal Hij hem vergelden.

Het kan vreemd schijnen, dat de profeet nu zegt, dat God een' twist heeft met Juda-, want hij had eerst gezegd, dat Juda getrouw was met de heiligen. Het schijnt ook tegenstrijdig te zijn, dat God twist met de Joden, terwijl Hij hen toch oprecht verklaart te zijn en afgezonderd van de verdorvene goddeloozen. Wat is dus de beteekenis hiervan ? Gelijk wij gezegd hebben, sprak de profeet vergelijkenderwijs van den stam van Juda, toen hij zeide, dat zij getrouw bleven met de heiligen ; want het was zijne bedoeling niet de Joden van alle schuld vrij te spreken, daar er ook veel en groot kwaad onder hen heerschte, maar hij wil den eeredienst prijzen, die toen nog te Jeruzalem de overhand had, opdat de goddeloosheid der tien stammen nog minder te verontschuldigen zou zijn, daar zij uit eigene beweging waren afgeweken van den regel, dien God had voorgeschreven.

Als iemand de papisten bestraft, dan zeggen zij, dat eene andere wijze van Godsvereering bij hen niet bekend is, en dat zij aldus door hunne vaderen geleerd waren, en dat hunne manier van God te aanbidden van oudsher altijd zoo geweest is, en dat zij haar dus noch durven veranderen, noch er van durven afwijken. Die verontschuldiging hadden de Israelieten ook wel kunnen aanvoeren. Maar de profeet legt hun vrijwilgen afval ten laste, want de tempel, dien God zich had verkoren, stond voor hunne oogen ; daar werd, in zekeren zin, het aangezicht Gods aanschouwd, want alles was ingericht naar het voorbeeld, dat aan Mozes op den berg getoond was. Dewijl dus de zuivere Godsdienst voor hunne oogen was, bleek dan hunne zonde niet in het feit, dat zij, het Woord Gods veronachtzaamd hebbende, zich aan nieuwe en eigen verzonnen manieren van Godsvereering overgaven ? De profeet had dus

Sluiten