Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheiden tusschen de innerlijke kracht, die er van nature in den mensch is en de van buiten tot hem komende kracht, waarmede God de menschen toerust, en die de gave is van den Heiligen Geest. En als de profeet hier de kracht looft van Jakob, looft hij niet zijn vrijen wil, alsof hij uit zich zeiven de kracht had vvaarmede hij God overwon ; maar hij bedoelt, dat hij door God met onverwinbare kracht was toegerust, zoodat hij als overwinnaar uit den strijd te voorschijn kwam. Nu vei staan wij de bedoeling van den Profeet.

h;;Eri fT- dU D" ,Ze®l\bi->z1onder gedenkwaardig was, herhaalt hij dat hy macht had bij den engel, en overmocht. Maar wij hebben reeds gezegd hoe Jakob heeft overmocht, voorzeker niet t°a°/ zlcfh ze'veD> "'aar omdat God Zijne kracht zoo verdeeld ad, dat het grootste deel in Jakob was. Daarom ben ik KP als lk/Preek jan .de worsteling en den dagelijkschen strijd, waarmede God de Godvruchtigen beproeft, dit beeld of deze vergelijking aan te voeren, dat God tegen ons strijdt met Zyne: linkerhand, en ons verdedigt met Zijne rechterhand ; dat . ■> va, °DS aan °P eene zwakke wijze (om dit zoo eens ui te drukken) en te gelijker tijd strekt Hij Zijne rechterhand uit, om ons te beschermen, dat is: Hij spreidt dan Zijne kracht ten toon, opdat wij overwinnaars zullen zijn in den strijd En hoewel deze wijze van spreken op den eersten aanblik stootend schijnt te zijn, wordt er toch op heerlijke wijze de genade en goedheid van God mede in het licht gesteld daar Hij zich om onzentwil w,l vernederen, zoodat Hij ons den prijs der overwinning toekent niet opdat wij nu zelf hoogmoedig zouden woiden maar opdat Hij zal worden verheerlijkt, als Hij Zijne kracht liever wil aanwenden om ons te verdedigen, dan ons te verpletteren hetwelk Hij met een ademtocht Zijns monds zou unnen. Want Hy behoeft geene krachtsinspanning aan te wenden om ons te vernietigen, indien het Hem behaagde te blazen op het gansche menschelijk geslacht, de gansche wereld zou in eén oogwenk in het niet verzinken. Maar de Heere strijdt met ons, en tegelijkertijd laat Hij niet toe, dat wij verplet eid worden; ja, Hij heft ons op, en, gelijk ik reeds zeide, kent ons de overwinning toe. Laat ons nu voortgaan.

De profeet voegt er bij, dat hij weende en smeekte. Hij weende zegt hy en smeekte Hem. Sommigen verklaren dit zoo, alsof het van den engel gezegd werd; maar ik weet niet of weenen by Hem voegt. Het zeggen zou wel verdedigd kunnen worden dat de engel, als het ware een smeekeling was, toen

• Vn. im J, Zlch aan den ^lige gewonnen gaf; want het is hetzelfde, als wanneer iemand zich als den zwakkere in een strijd bekent, en zich ter aarde werpt. Zij verklaren dit weenen dan aldus: „De engel smeekte den aartsvader, toen

Sluiten