Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij zeide: „Laat Mij gaan" en dit was een erkennen van de overwinning". De zin zou dan wezen, dat de aartsvader Jakob geene gewone zaak had verkregen, toen hij als oveiwinnaar uit den strijd kwam ; want God was toen in zekeren zin de smeekeling, daar Hij hein den naam en den lof eens overwinnaars toekende. Ik geef er echter de voorkeur aan om het zoo te verklaren, dat het op den aartsvader toegepast wordt, en dit is, naar mijn oordeel, ook meer voegzaam. Er is wel niet gezegd, dat Jakob weende, dat is : ik erken, dat dit niet duidelijk en uitdrukkelijk door Mozes vermeld is; maar weenen kan genomen worden voor dien ootmoed, waarmede de geloovio-en altijd in de tegenwoordigheid Gods komen; en daarbij : voor den aartsvader voegde het te weenen, want hij heeft de overwinning in den strijd behaald op zulk een wijze, dat hij niet zonder smart ot zonder dat het hem iets kostte kon heengaan, daar wij weten, dat zijne heup ontwricht was, zoodat hij zijn leven lang hinkende is gebleven. Jakob verkreeg dus de overwinning, en dat wel onder Gods goedkeuring; maar toch ging hij niet gaaf of ongedeerd weg, want God had hem hinkend gelaten. Hij gevoelde dus niet weinig smart, daar deze lichaamszwakheid hem zijn levenlang bijbleef. \ andaai dat het weenen voor den godvruchtige niet onvoegzaam was» die, hoewel hij de overwinning wegdroeg, toch in dien strijd

verootmoedigd is geworden. / , , ,

En hierop moet wel gelet worden, want hier voorkomt de profeet allen laster, nu hij den zin matigt op zulk eene wijze, dat hij niets afdoet van God en zijne heerlijkheid, hoewel hij de overwinning van den profeet zoo glansrijk in het licht stelt. Hii was dus een vorst bij God, en hij overwon, Hij werd een overwinnaar, - maar hoe ? Hij heeft toch geweend en Hem gesmeekt; hetgeen beteekent, dat zijne overwinning in dezen striid geene reden was voor hoogmoed, maar dat God hem to verootmoediging bracht door het ontwrichten zijner heup, en zoo smeekte hij Hem. Het gebed, dat Jakob bad, toen hij vroeg om gezegend te worden, wordt door Mozes medegedeeld. Hetgeen minder is, zegt de Apostel, wordt gezegend van hetgeen meerder is, (Hebr. 7 : 7.) Jakob is dus met overmoedig geworden, zooals het geval is met verblinde menschen, die zich on hunne eigene verdienste verheffen ; maar hij bad God, en vroeg om door Hem gezegend te worden, die zich als overwonnen erkende. En hierop moet zorgvuldig gelet worden, inzonderheid op de bijkomende omstandigheid; want wij leeren er uit, dat er geene reden is, waarom zij, die door verzoekingen worden aangevochten, van God weg zullen vlieden hoewel ons vleesch naar rust en gemak haakt, en gespaard wil worden.

Maar als een beproeving nabij is, dan onttrekken wij ons, en

Sluiten