Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder Zijne hand, hoewel Hij zich nog weerhoudt van ons te stiallen. Dat is de toepassing dezer leer.

Maar wij moeten letten op hetgeen de profeet er bijvoegt: In rrnjn arbeid zullen zij geene ongerechtigheid vinden, dat is : geene ongerechtigheid zal in mijn' arbeid gevonden worden, omdat dit euvelmoed, of misdaad is, die verzoend moet worden!

et verbaast mij, dat de uitleggers hier zoo onbeduidend eene verklaring van geven ; want zij zeggen, dat er in mijn arbeid geene ongerechtigheid of zonde gevonden zal worden. Maar Ü * gebruikt hier geen verbindingswoord, maar het woord "1US- at hier exegetisch (verklarend) moet genomen worden.

ken nn ZTi Ta 1S' u d£ geveinsden> a,s z'j aanspraak mamisdaad f onschu'd> voor den schijn, alle boosheid en • . veiafschuwen. „Ongerechtigheid zal in mijn' arbeid

ZTJT!1 fn-W'" eD' Want dit is boosheid, of misdaad, het zij vene, dat ik in mijne handelingen als een misdadiger zal bevonden worden; want in al mijn doen en laten ben ik zonder bedroe" Maar JS dit het geval ? Volstrekt niet. Daar zij echter Gods welvaart en voorspoed, denken zij, dat God

rein en J.lT 'r heD Z°" wezen' als HÜ hen °iet als

llH H Vaa g beschouwde. Hieruit zien wij met hoeveel gerustheid de geveinsden spotten met God, als zij Zijne leer

hot 2? waarschuwingen beginnen te verachten. Daarom moet

irppiHh 'h'6- ^e'W0llderen' dat wij heden ten dage zooveel versheid ,n de wereld zien heerschen Maar laat ons ook

voorstpTrT r 0nderwyzen gebruiken, die de profeet ons voorstelt. Laat ons nu voortgaan : —

9. Maar Ik ben de Heere, uw God, van Egypteland at; lk zal u nog in tenten doen wonen, als in de dagen der samenkomst.

wellïd H f1Ddeel uverwijt God den Israelieten, dat zij de

daaïan a tiid"I h"" hf*ben vergeten, terwijl de herinnering

toTZ rlïl leVC"dlg.0nder h£n had m°eten blijven. Ik ben

vreemd -Zeg^ HlJ' Van geland af; dat is : „Het is

niet vom- ril '' vejgeetachtig zijt, dat uwe verlossing u

ware u vnnrH h t0Ch 200 wel bekend, en, als het

ware, u vooitdurend voor oogen moest zijn". Dat was seliik

tTerenheidD' mT g®de"^waardig voorbeeld van Gods 'goederv tÜ.l l a, ]Lj zeP' dat HiJ de God is van dat volk alsof H°i[ Ip H ti u KW1JSt Hij °P het doel der verlossing, Mii verban! : ZÏ - U verlost' 0Pdat gij voor altijd aan dit volk ui? h zliQ"- Want wij weten, dat Hij, toen Hij volk uit hunne wreede tyrannie had verlost, zich tevens

23

Sluiten