Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt en verdwijnt, zoo zullen ook deze hoogmoedige lieden, hoe zij zich zei ven ook geprezen hebben, toch geen blij venden toestand hebben.

Hieruit maken wij op dat de Israelieten niet zoo zeer waren als de dooden, maar dat er nog eenige kracht in hen was overgebleven ; want anders zou de bedreiging van God, dat zij als eene wolk, en de dauw, en het kaf en de rook zouden worden, nutteloos geweest zijn; en God kondigt hun hier een algeheel verderf aan, opdat zij niet zouden denken, dat zij de laatste, of de ergste straf reeds hadden ondergaan, en zouden meenen, dat zij wel weer nieuwe kracht zouden verzamelen, want hoovaardige lieden koesteren een valsch vertrouwen, waardoor zij het oordeel Gods naar eene verre toekomst verschuiven. Opdat zij zich dus niet door zulk een' ijdelen waan zouden misleiden, verklaart de profeet hier, dat hun toestand kwijnend zal zijn, en weldra een volkomen ondergang voor hen zal komen. Nu volgt:

4. Ik ben toch de Heere, uw Grod. van Egypteland af; daarom zoudt gij geen' God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik. 5. Ik heb u gekend in de woestijn, in een zeer heet land.

De profeet herhaalt nu hetzelfde denkbeeld, dat wij in het vorige hoofdstuk besproken hebben, en wel om de zonde des volks nog sterker te doen uitkomen. Want indien zij nooit de gezonde leer hadden gekend, indien zij niet opgevoed waren geworden in de wet, dan zou er een schijn van reden geweest zijn om hunne schuld te verminderen; want zij zouden zich hebben kunnen verontschuldigen met te zeggen, dat zij, den waren Godsdienst nooit gekend hebbende, naar het gewone doen der menschen waren afgedwaald. Daar zij echter van der jeugd af in de ware leer waren onderwezen, en God hen, als het ware, aan Zijne borst had gekweekt en verzorgd ; daar zij van' hunne vroegste jaren hadden geleerd wat het is God in reinheid te aanbidden, en zich nu toch tot de bijgeloovigheden der Heidenen hadden gewend, wat kon er nu nog ter hunner verontschuldiging gezegd worden ? Wij zien dus de beteekenis en het doel der klacht, als God zegt, dat Hij van Egypteland af de God van Israël is geweest.

Ilc ben dus, zegt Hij, Jehovah, uw God. Door zich Jehovah te noemen, werpt Hij al de valsche goden ter neder, alsof Hij zeide: ,/Ongetwijfeld ben Ik wettig en naar recht uw God; want Ik ben uit Mij zelf — Ik ben de Schepper der wereld — niemand kan Mij Mijne macht ontnemen; maar

Sluiten