Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Papisten achten zich vrij van alle schuld of tekortkoming, omdat God toch Zijn eigen Naam behoudt. Maar wij zien hoe gansch anders de zaak door God wordt beschouwd. //Ik," zegt Hij, z/ben de eenige ware God1". Waarom ? //Omdat Ik de eenige Heiland ben: denk u geen anderen God, want gij zult er geen vinden, die u verlost". God hecht dus zeer bijzondere waarde aan de eere, die Hem toekomt van hoop en gebed; dat is : wanneer onze ziel steunt op Hem alleen, en als wij van Hem redding hopen. Zoo zien wij hoe nuttig de leer is, die in deze Schriftuurplaats is vervat, waar de profeet duidelijk aantoont, dat de Israelieten dwaas en schandelijk hebben gehandeld, toen zij zich andere goden hebben geformeerd, want buiten den éénen, waren God, kan geen Heiland, geen Verlosser worden gevonden.

Daarna voegt Hij er bij : lk heb u gekend in de woestijn, in het land der dorheden. God bevestigt hier de waarheid, dat de Israelieten zeer dwaselijk gehandeld hebben, toen zij hun hart tot andere goden wendden, want Hij zelf had hen gekend. De kennis, waarvan hier gesproken wordt, is tweeledig, die van menschen, en die van God. God verklaart, dat Hij zorge had voor het volk, toen zij in de woestijn waren ; en Hij duidt Zijne Vaderlijke zorge aan door het woord kennen: Ik heb u gekend; dat is : ,/Ik heb u Mij toen voor een volk verkoren, en heb Mij gemeenzaam aan u geopenbaard, alsof gij Mij een innig vertrouwd vriend waart. Maar dan was het ook noodig, dat Ik door u gekend wierd». Dat is de kennis der menschen. Wanneer nu menschen door God gekend worden, waarom wenden zij niet al hunne gaven en vermogens aan om in Hem bevestigd te blijven ? Want als zij ze op andere voorwerpen richten, dan doen zij, voor zooveel in hen is, deze weldaad Gods te niet. Zoo zegt ook Paulus tot de Galaten : //Nadat gij God gekend hebt, ja veel meer, nadat gij van God gekend zijt» (Galaten 4 : 9). In de eerste zinsnede toont hij, dat zij zeer slecht hadden gedaan, door zich, nadat hun het licht des Evangelies geopenbaard was, tot allerlei verzinselen te wenden ; maar nog erger toont hij hunne zonde te zijn in de volgende zinsnede, als hij zegt: //.Ta veel meer, nadat gij van God gekend zijt" ; alsof hij zeide : //God is u door Zijne vrije goedheid voorgekomen. Daar God u dus eerst gekend 'heeft, en u het eerst begunstigd heeft met Zijne genade, hoe groot en schandelijk is dan niet uwe ondankbaarheid, als gij, van uwe zijde, Hem niet zoekt te kennen ?" Wij zien nu waarom de profeet er bijgevoegd heeft, dat de Israelieten in de woestijn, in het land der dorheden door God gekend zijn.

En er wordt nadrukkelijk melding gemaakt van de woestijn, want toen moest het volk wonderbaarlijk door God onderhouden

Sluiten